Venlo wil een ‘goede buur’-verhouding met Duitse gemeenten

De economie over de grenzen heen versterken en ontwikkelen, dat beoogt de gemeente Venlo samen met de Duitse buurgemeenten Mönchengladbach en Kreis Viersen. De samenwerking is een van de proeftuinen in het kader van de IBP-Opgave Regionale economie. Hoe verloopt deze prille Nederlands-Duitse samenwerking? Overheid van nu sprak met scheidend projectleider Maarten Lenis en zijn opvolger Jos van der Heijden van de gemeente Venlo.

Samenwerkingen ontstaan vaak vanuit een bepaald concreet doel of een duidelijk omschreven gezamenlijk streven. Zo was dat niet de bij de prille samenwerking tussen de gemeente Venlo met de Duitse buren. Die ontstond meer vanuit een gevoel, vertelt projectleider Maarten Lenis: “Of beter gezegd, vanuit de intuïtie dat we elkaar kunnen versterken op bepaalde onderwerpen.” Begin januari droeg Lenis het stokje over aan Jos van der Heijden.

De afgelopen vijf jaar heeft Venlo geïnvesteerd in contacten leggen met de Duitse buurgemeenten Kreis Viersen en Mönchengladbach. De al bestaande stedenband met Krefeld werd afgestoft. Een groep raadsleden uit Venlo en Krefeld heeft structureel overleg. De Duitsland-coördinator werkt tegenwoordig een dag per week op het stadhuis in Krefeld. Komend jaar wordt bepaald welke onderwerpen de buren samen willen oppakken, zegt Van der Heijden. “Denk aan circulaire economie, landbouw en digitalisering.”

De samenwerking van Venlo met Kreis Viersen en Mönchengladbach heeft sinds vorig jaar de status van proeftuin van de IBP-Opgave Regionale Economie. Centraal staat het ontwikkelen en versterken van de grensoverschrijdende economie in deze regio. De proeftuin heeft als doel te komen tot een gezamenlijke economische samenwerking op één of meer thema’s. Komend jaar moeten die duidelijker worden.

Goede buur

Samenwerken van Venlo met de Duitse buren, dat gebeurde natuurlijk al langer. Maar meer op projectbasis. Stopte het project, dan stopte het contact. De nieuwe samenwerking moet anders worden: “Het idee is dat we vanuit een ‘goede buur’-verstandhouding elkaar weten te vinden op allerlei onderwerpen”, zegt Lenis.

Van der Heijden vult aan: “Projecten gingen van A naar B en landden dan vaak in een soort ‘niets’.” Hij noemt als voorbeeld een project waardoor een baan zoeken aan de andere kant van de grens eenvoudiger moest worden. Toen het geld op was, stopte het project. “We willen grensoverschrijdende kansen en opgaven gezamenlijk aanpakken. Niet meer geld- en projectgestuurd, maar structureel samen optrekken.’’

Onbekendheid en urgentie

Eenvoudig was het de afgelopen jaren niet. Duitsland en Nederland zijn wezenlijk verschillend. Alleen al hoe overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen met elkaar samenwerken, is anders.  Er is andere regelgeving en organisatorische en culturele verschillen, zegt Lenis. “We werkten, bij wijze van spreken, liever samen met Eindhoven, omdat dat vertrouwder is en in die zin ook veiliger.”  

Onbekendheid met de Duitse buren was vanaf het begin het grootste struikelblok, net als een verschil aan urgentie voor de samenwerkende partijen. Maar zelfs als dat allemaal goed zit, is het geen gelopen race. Neem de plannen die er waren voor een ‘grensoverschrijdend’ Nederlands-Duits bedrijventerrein. Van der Heijden: “De urgentie was er. Toch bleek het in de praktijk lastig. Ook om elkaar iets te gunnen. Ik denk dat concurrentie dan toch een rol speelt.”

Nog een voorbeeld: een gezamenlijke faculteit van de hogescholen aan weerszijden van de grens, gevestigd in Venlo. Lenis: “Dat plan is in de kiem gesmoord. Bij het Rijk zat te veel angst voor een nieuw kennisinstituut.’’

Lessen

Welke lessen kan Venlo meegeven aan andere Nederlandse gemeenten die grensoverschrijdend willen samenwerken? Lenis: “De eerste is, heel flauw, dat Duitsers net gewone mensen zijn. Natuurlijk zijn de verschillen enorm, maar als je oprecht en authentiek bent in je poging om samen te werken dan kom je een heel eind.”

Ten tweede: “Zorg dat je de tijd neemt om onderwerpen te onderzoeken en uit te diepen. Ook om goed te begrijpen wat elkaars belangen zijn en wat iedereen verstaat onder een bepaald thema.” Tot slot: “Luister naar wat de ander belangrijk vindt”, zegt Lenis. “En gun elkaar iets. Als je openstaat voor elkaars behoeften, voedt dat de vertrouwensrelatie. Je moet echt tijd nemen om daarin te investeren. Het is meer dan af en toe koffie drinken mit Kuchen.’’