‘Het programma is een succes als het geweld stopt’

Het programma Geweld hoort nergens thuis wil zorgen voor een flinke daling van huiselijk geweld. Hoe verloopt de samenwerking tussen de 28 regio’s en het programmateam? En hoe sluiten de landelijke doelstelling aan op de realiteit in deze regio’s?

Jan Dirk Sprokkereef

In 1 minuut:

  • ‘Geweld hoort nergens thuis’ loopt tot 2021 en is een gezamenlijke opdracht van de ministeries J en V, VWS en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
  • Vanuit 28 regio’s werken professionals samen, zoals hulpverleners, ggz, politie en justitie.
  • Het projectteam wil de gemeenten faciliteren. De keuze voor de aanpak en de speerpunten zijn aan de regio’s zelf.

Geweld hoort nergens thuis startte in april 2018. Het programma volgt op de Taskforce Kindermishandeling, waar onder andere Eberhard van der Laan, de toenmalige Rotterdamse wethouder Hugo de Jonge in zaten.

“Ondanks alle inzet lukte het de Taskforce niet om het geweld te verminderen’’, zegt Jan Dirk Sprokkereef, programmadirecteur van Geweld hoort nergens thuis. “We zagen dat door alle inzet het geweld wel afnam, maar na verloop van tijd weer begon. Een spiraal die zich steeds herhaalde. Terwijl we willen dat het geweld structureel stopt. Alle partijen moet daarvoor samenwerken en uit hun eigen ‘kolom’ komen.’’

Door alle kolommen heen

Het programma Geweld hoort nergens thuis in opdracht van de ministeries VWS, J en V en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) loopt nu anderhalf jaar. In 2021 wil het programma de samenwerking dwars door alle ‘kolommen’ heen, hebben bereikt.

Daarvoor kiest het programmateam een aanpak waarbij de verantwoordelijkheid en de uitwerking nadrukkelijk in de regio’s ligt, zegt Sprokkereef. “We werken niet centralistisch. Ook de vorming van die 28 regio’s hebben we bij de gemeenten gelaten. We zijn als programmateam faciliterend. We leggen niets op. Dat werkt niet.”

Geweld hoort nergens thuis wil geen nieuw beleid formuleren, maar zorgen dat alle professionals samenwerken met maar één doel: dat het geweld stopt, zegt Sprokkereef. “Alleen fijn samenwerken is geen doel. De aanpak betekent niets als het geweld niet afneemt.’’

Speerpunten

“Niet alleen de vorming van de regio’s, ook de uitvoering is een keuze van de regio’s zelf. Als projectteam hebben we gevraagd: Welke thema’s willen jullie aanpakken? Wat zijn de speerpunten en waar zit de energie? We helpen met het ontwikkelen van handvatten en een beetje geld waar dat nodig is.’’

Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de 28 regionale projectleiders, aangesteld door de regio’s zelf, die als spin in het web van regionale samenwerkingsverbanden functioneren.

Sprokkereef: “Als professionals integraal moeten werken rondom een gezin, moeten hun bestuurders dat ook doen. Als wethouders, burgemeesters en bestuurders van instellingen niet gezamenlijk de voorwaarden creëren, wordt het vechten tegen de bierkaai voor professionals. Financieringsregels, taakafbakeningen, procesvereisten, beroepsrichtlijnen: ze moeten samenwerken in het faciliteren van samenwerken rondom een casus.’’

Inhoudsgedreven aanpak

Sturing zit niet in de vorm, zegt Sprokkereef: “De kern van onze aanpak is dat we zo diep in de inhoud gaan dat mensen de toegevoegde waarde zien. Het programma is geen bestuurlijke praat. We definiëren heel precies wat nodig is voor een werkende aanpak. Wethouders in de regio zeggen: ik heb een maatschappelijke opdracht en deze aanpak helpt mij om resultaat te behalen.’’

Regionaal projectleider Afke Jong voor de Gooi- en Vechtstreek beaamt de sterke inhoud gedreven aanpak van het programma. “Dat is absoluut een sterk punt. Daarnaast is er veel contact tussen de regionale projectleiders en het landelijke programmateam. Er wordt goed door hen naar ons geluisterd.” Jong vindt de nadruk op het leren van elkaar erg prettig. “In bijeenkomsten met de andere regio’s leer je veel van elkaar.”

Samenwerken in plaats van ‘ketenzorg’

In de regio’s zijn nu de eerste contouren zichtbaar hoe door Geweld hoort nergens thuis alle partijen beter moeten gaan samenwerken. In Gooi- en Vechtstreek zijn zes thema’s geformuleerd, zoals eerder signaleren van geweld, traumabehandeling en steun in de klas van kinderen door hun leerkracht, als er sprake is van huiselijk geweld in het gezin. Een concrete actie is dat gezinnen waar geweld in speelt een contactpersoon krijgen vanuit de gemeente en het advies- en meldpunt Veilig Thuis.

Jong: “Toen we aan de slag gingen met de thema’s uit het programma bleek dat er veel zaken zijn die we kunnen verbeteren.” Ze geeft een voorbeeld: “Er wordt veel gepraat over ketenzorg. In de praktijk komt het er dan op neer dat gezinnen als pakketjes worden doorgegeven aan de volgende partij. Terwijl bij deze problematiek belangrijk is dat partijen samen kijken wat er nodig is in het gezin en hoe de verschillende zorg en ondersteuning op elkaar aansluiten.”

Aanpak verspreid

In de regio Friesland krijgt het landelijke programma een heel andere uitwerking. “We waren hier al ver met de samenwerking, vooral op het gebied van MDA++’’, zegt coördinator Rolien Tolsma. In Friesland is al een jaar of 8 een multidisciplinair team actief, waarin politie, GGZ, Veilig Thuis en een kinderarts samenwerken. Tolsma: “Door Geweld hoort nergens thuis willen we deze methode van werken door de hele provincie verspreiden middels het doen van een pilot.”

Daarnaast wordt in het kader van het programma onderzoek gedaan naar de gezinnen die steeds opnieuw terugkeren in de hulpverlening vanwege geweld. “Het gaat om bijna de helft van alle gezinnen die gemeld worden bij Veilig Thuis,’’ zegt Tolsma. “We lijken soms een fabriek die gezinnen ‘rondpompt’. Dat is natuurlijk niet wat we willen en we gaan nu uitzoeken hoe we die hermeldingen kunnen voorkomen.”

Of het programma Geweld hoort nergens thuis werkt, wordt de komende jaren onderzocht. Elke vier jaar zal dezelfde cohortstudie worden herhaald om te bekijken of het geweld structureel stopt.

FEITEN EN CIJFERS:

Onderstaand de meest recente facts & figures uit het programma GHNT

  • In de afgelopen 5 jaar zijn 747.000 mensen van 18 jaar of ouder slachtoffer geweest van minstens één incident van fysiek en/of seksueel geweld. Dit betreft 5,5% van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder. Het gaat hierbij om geweld dat werd gepleegd door iemand uit de (brede) huiselijke kring, zoals een (ex)partner maar ook huisvrienden.
  • Tenminste 97.000 vrouwen en 27.000 mannen hebben structureel te maken met fysiek en/of seksueel geweld.
  • Partner- of ex-partnergeweld is het grootste deel van huiselijk geweld tegen volwassenen, namelijk in 56% van het gerapporteerde geweld.
  • Minimaal 90.000 tot 127.000 kinderen 0-17 jaar is jaarlijks slachtoffer van ten minste één vorm van kindermishandeling. Ongeveer 3% van alle kinderen *.
  • Anderhalf jaar na een melding heeft 50% van de betrokkenen nog steeds te maken met excessief gezinsgeweld.
  • Nederland telt 577.000 minderjarige kinderen van ouders met psychische of verslavingsproblemen, risico op kindermishandeling is daarbij twee tot drie keer zo hoog.
  • De kans dat je te maken krijgt met huiselijk geweld en/of kindermishandeling is groter dan de kans bij welke andere vormen van geweld dan ook.