Vers van de Pers: Lokaal sportakkoord gesmeed in Friesland

Weststellingwerf heeft een primeur: als eerste gemeente in Friesland tekende zij een lokaal Sportakkoord. Het resultaat van maandenlange, intensieve samenwerking tussen de gemeente, maatschappelijke organisaties en sport- en beweegaanbieders. Doel is om alle inwoners, ongeacht hun leeftijd, lichamelijke en mentale gesteldheid, met plezier te laten sporten en bewegen. Hoe verliep deze samenwerking? En welke lessen zijn hieruit te trekken?

Betrokkenen bij elkaar

De partijen in Weststellingwerf bij de ondertekening van het Sportakkoord. André Kasel staat op de achterste rij, derde van rechts.

In 1 minuut:

In de rubriek Vers van de pers zoomt Overheid van Nu in op hoe je interbestuurlijke samenwerking tegenkomt in de actualiteit. Drie vragen staan centraal: Wat hebben jullie met elkaar afgesproken? Waar liepen jullie in de samenwerking tegenaan? En: hoe gingen jullie daarmee om?

Met het Nationaal Sportakkoord (2018) wil de overheid bereiken dat iedereen, nu en in de toekomst, plezier aan sport kan beleven. Zes ambities staan hierbij centraal, zoals een positieve sportcultuur en een duurzame sportinfrastructuur. Aan gemeentes is gevraagd om deze ambities te vertalen naar het lokale niveau. Het Friese Weststellingwerf is de eerste gemeente die in november zo’n sportakkoord ondertekende.

‘Er is alle ruimte voor een gemeente om zelf invulling aan het Sportakkoord te geven’, zo vertelt André Kasel, de sportformateur van Weststellingwerf. Gemeenten krijgen ondersteuning van het Rijk, dat een subsidiepot van 30 miljoen euro beschikbaar stelt. Gemeentes kunnen uit deze pot bijvoorbeeld een sportformateur bekostigen, als onafhankelijke procesbegeleider.

Niet alle gemeenten zijn hier al mee bezig. Kasel merkt op dat het verstandig is om hier als gemeente wel snel mee te beginnen. Nu komen gemeenten nog in aanmerking voor subsidie, maar dit potje wordt steeds kleiner.

Verbindende schakel

‘Als sportformateur ben je de verbindende schakel binnen een gemeente en zorg je dat de lokale partijen die met sport en bewegen te maken hebben, met elkaar gaan samenwerken’, legt Kasel uit. Je kijkt samen met de wethouder naar de behoefte van de gemeente en zet de partijen aan tafel die hierbij een rol spelen. Vaak onder flinke druk. ‘Het proces waarin het lokale Sportakkoord wordt gesloten, is erg kort. Binnen een half jaar tijd moet het klaar zijn’.

‘Wat je wel merkt’, vervolgt Kasel, ‘is dat gemeenten niet zo vaak met de lokale sport- en beweegaanbieders aan tafel zitten.’ Vaak ziet hij onderlinge onbekendheid. En dat terwijl sportverenigingen met de decentralisatie van het sociaal domein een grotere maatschappelijke rol hebben gekregen. Sport wordt niet enkel meer gezien als een doel op zich, maar ook als middel om de gezondheid, integratie en participatie van inwoners te verbeteren.

Olievlek

Als sportformateur is het belangrijk om vroeg te signaleren waar én bij wie de energie zit. Om vervolgens te zorgen dat deze energie zich ‘als een olievlek verspreidt over de andere partijen’. De vuistregel hierbij: ‘je kunt beter verleiden, dan dwingen’.

Voordat je een lokaal Sportakkoord opstelt, is het verstandig om te achterhalen of er heikele punten bestaan bij sportverenigingen die eerst getackeld moeten worden. ‘Het moet eerst intern goed op de rails zijn bij de lokale partijen, voordat je over een lokaal Sportakkoord begint. Heeft een vereniging te weinig velden of een verpauperde sportkantine, dan zijn dit dossiers die je eerst open moet breken’, vindt Kasel. ‘Doe je dit niet, dan lekt de energie snel weg. Lokale partijen moeten wel hun handen vrij hebben om aan de slag te gaan. Zeker omdat je werkt met veel vrijwilligers’.

Samen optrekken

Kasel ziet ook voordelen voor gemeenten die samen optrekken bij het opstellen van een Sportakkoord. ‘Je kunt bijvoorbeeld een cursus aanbieden om een positieve sportcultuur te stimuleren. Het is dan goedkoper als die kosten verspreid kunnen worden over meerdere gemeenten’.

‘Maar’, zo waarschuwt hij, ‘vergeet niet dat iedere gemeente een eigen cultuur heeft’. Iedere gemeente heeft een eigen geschiedenis in de manier waarop ze sport en beweging regelen binnen de gemeentelijke grenzen. En soms laten gemeenten het regelen juist over aan de inwoners zelf.

Soms zijn partijen meer op zichzelf gericht. Bijvoorbeeld bij de gemeente Meppel, waar Kasel sinds kort sportformateur is. ‘Verenigingen kijken hier minder over de schutting’, zo observeert hij. Het is belangrijk dit soort cultuurverschillen vroegtijdig te signaleren als gemeenten samen aan de slag gaan met een regionaal Sportakkoord.