Column Jan van Ginkel: Bewegen

Een uitdaging aangaan, doe je door een helder doel te formuleren. Is er echter sprake van een complex vraagstuk, dan kun je zo’n aanpak wel vergeten. Niet het doel, maar de weg is dan essentieel. Maar bij transities helpt zelfs een snufje Taoïsme niet meer.

Jan van Ginkel is loco-provinciesecretaris en concerndirecteur van de provincie Zuid-Holland. Overheid van nu volgt hem op het gebied van de digitale transformatie van de overheid. Eens in de paar maanden schrijft hij een column voor Overheid van Nu.
Jan van Ginkel

Jan van Ginkel

Transities manage je door te sturen op – alleen maar – bewéging. In het volle vertrouwen, in de vaste zekerheid, dat de beweging zélf de onbekende weg naar het onbekende doel wijst. En zeg nou zelf, vandaag de dag is toch zo ongeveer alles een transitie?! Neem de uitdagingen van de energietransitie, of de problematiek in de jeugdzorg, of de omslag naar een circulaire economie.

Als je organiseert op beweging, op energie, op betrokkenheid en passie, dan gaat het vanzelf vlíegen. Maakt niet uit welk onderwerp. Ga je echter organiseren op strakke deskundigheid, op kaders en risico's, dan kom je met een schok tot stilstand. Ik gruw daarvan.

Beginnen bij de ruimte leidt juist tot meer ruimte, beginnen met de regels geeft daarentegen toenemende ademnood. Neem nou de digitale transformatie en de rol van de overheid daarin om die moreel verantwoord vorm te geven. In alle overheidslagen kom ik uiteenlopende mensen tegen met grote bevlogenheid op dit thema. Zet ze gewoon bij elkaar aan tafel en het is gegarandeerd feest.

Pas nog meegemaakt, een ruime handvol bestuurders en ambtenaren vanuit zowel provincies als gemeenten die in krap drie uur tijd de contouren van een gezamenlijke interbestuurlijke agenda in elkaar timmeren. Op het thema ‘ethiek & digitale transformatie’. Of dat groepje representatief is? Geen flauw idee, maar we spraken wel af dat iedereen zijn of haar achterban op sleeptouw neemt. Gaat het lukken met die agenda? Gaat die impact hebben? Natúúrlijk! Alleen al omwille van het enkele feit dat een paar gedreven types gezamenlijk iets willen. Zo werkt dat.

Benieuwd naar die agenda voor de ‘digital ethics’’? Nou, die begint met de erkenning – zoals ik hierboven al stelde – dat de meeste maatschappelijke opgaven het karakter hebben van een transitie. En zo ongeveer de enige manier om slim met transities om te gaan, is vol inzetten op sociale en technologische innovaties. Het punt is dat die innovaties tegenwoordig veelal de verschijningsvorm hebben van digitale transformaties. Ordent de overheid al sinds jaar en dag de fysieke en sociale ruimte, VNG en IPO nemen nu gezamenlijk het initiatief om ook de digitale ruimte concreet en praktijkgericht te ordenen. Daarmee verankeren zij hun eigenstandige positie ten opzichte van de dominantie van de markt.

De gezamenlijke uitvoeringsagenda voor de ethisch en democratisch verantwoorde digitale transformatie kent vier pijlers. Ze gaan over identiteit, data, technologie en infrastructuur. We richten ons als betrokken bestuurders op veilige digitale identiteiten, dat versterkt de juridische positie van burgers en bedrijven. We passen toe en delen alleen betrouwbare data, dat ondersteunen we door standaarden voor uitwisseling. We ontwikkelen alleen uitlegbare technologieën en we handhaven dat technieken van derden voldoen aan morele beginselen. En vanuit ons maatschappelijk eigenaarschap voor infrastructuur stellen we kaders op voor marktpartijen.

Klinkt dit allemaal heel serieus? Mooi, dat ís het namelijk ook! Want deze agenda gaan we natuurlijk vertalen naar concreet handelingsperspectief voor het samenwerkende lokale en middenbestuur, naar een kennisprogramma en naar nieuwe manieren van overheidsorganiseren. Initiatieven, pilots en experimenten die uit deze agenda voortkomen, zijn gericht op concrete opschaling en zo nodig normstelling. En, niet onbelangrijk, met deze agenda richten de deelnemers hun investeringen. Partners zoals bedrijfsleven en kennisinstellingen zijn dan ook van harte uitgenodigd zich inhoudelijk en financieel aan deze agenda te verbinden.

Graag noem ik nóg een puntje van die agenda voor de ‘digital ethics’? Ik denk dat dit puntje, beter: dit púnt, eigenlijk het belangrijkste van alles is als het gaat om de impact van de digitale transformatie op onze publieke waarden en op de rechten van mensen. Het punt is: VNG en IPO zullen met voorstellen komen voor digitale grondrechten. Het voelt voor mij zó goed om dit gewoon zwart op wit in te typen! Het staat immers buiten kijf dat het ordenen van de digitale ruimte om een nieuw of vernieuwd sociaal contract van overheden met burgers vraagt.

Is um dit écht, die agenda? Nee, natuurlijk niet, anderen die aanhaken zetten ook hun stempel, de agenda ontwikkelt en ontwikkelt zich. Zodra de agenda vaststaat, is ‘ie immers hersendood. Agenda’s agendéren, ze bewegen! Het ging om transitie toch?