‘We moeten laaggeletterdheid bespreekbaar maken’

Een brief van de gemeente valt op de mat, maar je kunt de woorden niet ontcijferen. Ongeveer 2,5 miljoen mensen in Nederland zijn laaggeletterd. Zij lopen hierdoor tegen grenzen aan in hun leven en werk. Het Interbestuurlijk Programma heeft laaggeletterdheid daarom gekenmerkt als een gezamenlijke opgave van de overheden: voor de periode 2020-2024 is 425 miljoen euro beschikbaar, en er komt een sterkere gemeentelijke regierol.

In 1 minuut:
Ongeveer 2,5 miljoen mensen in Nederland zijn laaggeletterd. Zij lopen tegen problemen aan in hun leven en werk, en vinden het vaak moeilijk om hun beperking kenbaar te maken. Daarom heeft het IBP laaggeletterdheid gekenmerkt als een gezamenlijke opgave van de overheden. Gemeente Breda is een van de centrumgemeenten die extra budget ontvangen om laaggeletterdheid te bestrijden: de gemeente zet verschillende middelen in, zoals ambassadeurs van ex-laaggeletterden die het onderwerp uit de taboesfeer halen en laagdrempelige taalcursussen.
Certificering stichting prago 2

Afgezien van de groep statushouders (van wie het Nederlands niet de moedertaal is), hebben de meeste laaggeletterden op school wel Nederlands leren lezen en schrijven, maar zijn ze op een bepaald niveau blijven steken. Omdat ze zelden lazen, zijn ze het weer verleerd. ‘Deze “NT-1 groep” betreft 65% van de laaggeletterden. Het is voor de overheid een lastig te bereiken doelgroep’, vertelt wethouder Miriam Haagh van de gemeente Breda.

'Laaggeletterden komen met smoesjes vaak een heel eind'

Taboe-onderwerp

Breda is een van de 35 centrumgemeenten in de arbeidsmarktregio’s die door het IBP financieel in staat worden gesteld om “een hoger bereik en meer resultaten te realiseren, met name onder mensen met Nederlands als eerste taal (NT1-ers)”. ‘Mensen hebben vaak geleerd om te gaan met hun gebrekkige kennis van de taal’, ziet Haagh. ‘Met smoesjes komen ze een heel eind. Ze komen overal met smoesjes doorheen. Daardoor is het een taboeonderwerp. We moeten het meer bespreekbaar maken.’

'We doen alles om te laten zien: je bent niet de enige'

Bewust maken

Laaggeletterdheid zorgt er namelijk voor dat mensen gezondheidsinformatie, overheidscommunicatie en alledaagse digitale toepassingen niet kunnen lezen, al hebben ze vaak wel iemand (bijvoorbeeld hun partner) die ze daarmee helpt. Haagh: ‘Gemeente Breda instrueert haar eigen personeel dat in direct contact staat met laaggeletterden (denk aan mensen die huisbezoeken afleggen of in loketten werken), om de beperking te herkennen en bespreekbaar te maken. Zij kunnen laaggeletterden verwijzen naar onze taalcursussen.’

Die cursussen zijn te vinden via het Taalhuis: een netwerk waar alle formele en informele activiteiten die met taal te maken hebben in Breda, samenkomen. ‘Iemand met een vraag voor extra taalondersteuning kan hier terecht. Ook hebben we gesprekken met laaggeletterden, er verschijnen interviews in de krant. Alles om te laten zien: je bent niet de enige. We willen ook de omgeving van laaggeletterden bewust maken van het probleem.’

Certificering Stichting Prago

Laaggeletterden krijgen hun certificaat uitgereikt.

Grip krijgen

Net als in Breda, werken ook in Almere verschillende organisaties samen om laaggeletterdheid te verminderen. Zo organiseert Stichting Prago lessen voor laaggeletterden met een licht verstandelijke beperking. Docent Liesbeth Blokker: ‘De mensen die bij ons leskrijgen, zullen nooit het hoogste niveau (2F) bereiken. Daarvoor krijgen ze te weinig les. Maar ze kunnen in ieder geval de strekking van een overheidsbrief begrijpen. Je wilt stevig staan als je zo’n brief krijgt, niet in paniek raken. Ook hebben we het met onze cursisten over wat er op dat moment speelt in de samenleving. Zodat ze bijvoorbeeld weten dat er rugzakken buiten hangen vanwege de examens. Zo hebben ze meer grip op de wereld.’

Digitaal invullen

Blokker ziet bij laaggeletterden veel onzekerheid. ‘Hun omgeving heeft vaak een houding die zegt: “Jij kunt dat toch niet, laat mij het maar lezen.” Door dit zelfbeeld raken ze ontmoedigd. Vaak hebben ze een hele vlotte babbel, en een goed geheugen. Ik heb laaggeletterden gezien die het tot directeur schopten. Hun secretaresse regelde alles.’ Dat juist nu het hoge aantal laaggeletterden op de agenda staat, komt volgens Blokker omdat ze tegen de digitalisering aanlopen. ‘Als je alles digitaal moet invullen, kun je je veel lastiger verschuilen.’

Blokker vindt het goed dat de overheid het probleem aanpakt. ‘Laaggeletterden moeten overal bij geholpen worden, van het vinden van werk tot juist medicijngebruik omdat ze de bijsluiter niet kunnen lezen. Ze zijn bovendien sneller ziek: leven ongezonder, nemen medicijnen niet goed in omdat ze de bijsluiter niet kunnen lezen.’ Toch heeft ze wel een kanttekening bij de aanpak. ‘De overheid wil veel doen met weinig geld. Hierdoor worden docenten niet als professionals betaald, en kunnen ze niet doen wat nodig is. Voor een baan of opleiding heb je echt niveau 2F nodig.’

'Soms moet je als gemeente gewoon bij jezelf beginnen'

Bij jezelf beginnen

Ook Haagh ziet dat de gemeente zelf geld bij moet leggen, om echt te doen wat nodig is. ‘Wil je echt meters maken, dan is het budget vanuit de overheid onvoldoende.’ Die meters maken, dat doet Breda, in aanvulling op het Taalhuis, met een taalpanel van ex-laaggeletterden. ‘Zij gaan ervoor zorgen dat wij als overheid, maar ook grote organisaties, begrijpelijker gaan communiceren.’ Daarnaast gaat de gemeente, samen met de Universiteit van Maastricht, de impact meten van de leertrajecten die ze biedt.

De ex-laaggeletterden zijn tegelijkertijd ambassadeurs. ‘Zij vertellen hoe het voor hen was om te moeten zeggen dat ze moeite hadden met lezen.’ Bij deze ambassadeurs zitten ook mensen van de Bredase afvalservice. Haagh: ‘Soms moet je immers gewoon bij jezelf beginnen. We hebben ze taalcursussen gegeven. Een van de vuilnismannen vertelde me dat hij zijn zoontje voor het eerst had voorgelezen. Dat is heel erg mooi.’ De komende jaren gaat Breda meer bedrijven – bijvoorbeeld in de huishoudelijke hulp en logistiek –  uitdagen om als werkgever met hun eigen medewerkers aan de slag te gaan, en makkelijker te communiceren richting bijvoorbeeld klanten.