Uitbuiting gaat niet altijd over seks, en andere lessen van het mensenhandelcongres

‘Wij hebben meegemaakt dat een slachtoffer van seksuele uitbuiting zich bij ons meldde. Zij zocht hulp’, vertelt directeur-bestuurder Ina Hut van CoMensha. ‘Maar het was zo’n gesteggel met de gemeente over het regelen van opvang en de noodzakelijke hulp, dat het te lang duurde. Dit slachtoffer is weer teruggegaan naar haar pooier.’ De 130 aanwezigen zijn muisstil als Ina Hut vertelt over deze ene casus, die voor een veel groter probleem staat.

Tentoonstelling over mensenhandel op het Pieter Vreedeplein in Tilburg

Want het gebeurt volgens haar veel vaker dat situaties van uitbuiting voortslepen door bijvoorbeeld gedoe over financiering bij gemeenten. ‘We zien ook vaak gebeuren dat de uitbuiting zich voordeed in gemeente Y, maar het slachtoffer wordt opgevangen in gemeente Z. Wie gaat dat betalen? Terwijl we het er eigenlijk allemaal over eens zijn dat het slachtoffer op de eerste plek moet staan.’

Lessen van het congres over mensenhandel in 1 minuut:

  • Mensenhandel kunnen we alleen bestrijden als iedereen het herkent: we moeten daarom zorgen dat niet alleen professionals, maar ook burgers de signalen leren zien.
  • Professionals moeten bij elkaar aankloppen als ze mensenhandel vermoeden. Dan kunnen ze samen zoeken naar een goede aanpak.
  • De oplossing is soms simpel, maar regelgeving kan behoorlijk in de weg zitten. We moeten zorgen dat hulp aan het slachtoffer altijd voorgaat en centraal staat.
  • Mensenhandel en uitbuiting gaat niet altijd over seks. Vaker nog gaat het over gedwongen arbeid of gedwongen criminaliteit.
  • Blijf knelpunten herkennen en aangeven. Zo leren we!

Samen tegen mensenhandel

Op vrijdag 24 mei staat op het congres over mensenhandel van de gemeente Tilburg de vraag centraal hoe alle betrokken partners – overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijven – samen mensenhandel kunnen bestrijden.

Als je goed naar de sprekers luistert, bewijst het congres haar eigen nut en noodzaak. Het blijkt dat veel mensen het gevoel hebben dat mensenhandel niet in hun omgeving speelt. Terwijl de praktijk toch leert dat juist uitvoeringsorganisaties, docenten en ‘gewone burgers’ slachtoffers van mensenhandel tegenkomen. De vraag is alleen: herken je een slachtoffer dan ook?

Bovendien zijn alle professionals het erover eens dat het heel lastig is om de aard en omvang van mensenhandel in kaart te brengen. De ene deskundige heeft het over ongeveer 6.250 slachtoffers, een ander houdt het op ergens tussen de 5.000 en 7.500 slachtoffers. Vaak gaat het hierbij ook om verschillende definities of benaderingen. Dat maakt het lastig om de cijfers te vergelijken

‘Het begint met betrokken en bevlogen professionals. Met mensen die slachtoffers zien als volwaardige mensen. Het begint echt in het hart’

Kortom: het probleem is niet duidelijk ‘in beeld’. En dát is volgens Ina Hut van CoMensha een probleem. ‘Als we niet weten waar welke vormen van mensenhandel of uitbuiting zich voordoen, dan kunnen we de problemen ook niet goed aanpakken. Dan is het namelijk moeilijk om regionaal goed toegespitst beleid te maken.’

Recente wet- en regelgeving bemoeilijken bovendien het in kaart brengen van mensenhandel, vindt ze. ‘Ik maak me ongelooflijk zorgen over de effecten van de AVG’, vertelt zij. ‘We zien dat het aantal meldingen van mensenhandel bij ons in 2018 met 20 à 30 procent is afgenomen.’ Vooral hulpverleners voelen zich belemmerd door de AVG en maken minder vaak melding, zegt ze. ‘Daar zit voor mij een grote zorg.’

Buiten de lijntjes kleuren

Om mensenhandel te bestrijden en uiteindelijk te voorkomen moeten mensen met elkaar gaan praten, blijkt wel tijdens alle presentaties. ‘Je moet het hebben van signalen’, legt voorzitter van de taskforce Mensenhandel Gerrit van der Burg de vinger op de zeker plek. Want slachtoffers van mensenhandel komen meestal niet om hulp vragen. ‘Wij moeten hen opzoeken, en daarbij ook buiten de lijntjes durven kleuren.’

Om zijn punt kracht bij te zetten haalt hij een voorbeeld aan van een schooldirecteur die de ouders van een meisje toestemming gaf om haar een paar maanden naar familie in het buitenland te sturen. Het meisje was in de problemen gekomen dankzij foute vrienden en was mogelijk slachtoffer van een loverboy. Die paar maanden in het buitenland gaven haar de rust en ruimte om daarvan los te komen. Toch was de onderwijsinspectie er niet blij mee: de directeur was zijn boekje te buiten gegaan. Dat dat de schooldirecteur ‘geen bal kon schelen’, wordt enthousiast ontvangen in de zaal.

Gerrit van der Burg op het congres tegen mensenhandel

Een veelkoppig monster

Wat mensenhandel extra ingewikkeld maakt, is dat er veel verschillende vormen zijn, die allemaal hele andere soorten slachtoffers en daders kennen en daarom ook weer om heel andere soorten aanpakken vragen. Naast seksuele uitbuiting, bijvoorbeeld door loverboys of pooiers, bestaan ook criminele uitbuiting en arbeidsuitbuiting. Van criminele uitbuiting is bijvoorbeeld sprake als kinderen gedwongen worden tot zakkenrollen of diefstal. Bij arbeidsuitbuiting kun je denken aan mensen die onder erbarmelijke omstandigheden moeten wonen en werken tegen een zeer gering loon.

Mensenhandel lijkt wat dat betreft een veelkoppig monster, maar over de aanpak zijn alle experts het eens. Het begint bij de betrokken en bevlogen professionals zoals die ook in de zaal zitten. Juist als het gaat om uitbuiting kan een individu echt een verschil maken.

Als die ene schooldirecteur zijn boekje niet een beetje te buiten was gegaan, had dat meisje misschien nog steeds onder invloed van een loverboy geleefd. Als die baliemedewerkster haar ‘niet-pluis-gevoel’ niet had gevolgd moest dat jongetje misschien nog steeds wel gedwongen zakkenrollen. En ‘als Hadeline Vorselaars geen congres over mensenhandel had georganiseerd, waren allerlei samenwerkingen niet ontstaan’, merkt een van de deelnemers later op.

We willen een simpele oplossing voor een complex probleem

Want dat is wat er de hele dag gebeurt, en waar het congres misschien nog wel het meest in uitblinkt: mensen verbinden. Vertegenwoordigers van overheden en maatschappelijke organisaties vinden elkaar. Nummers worden uitgewisseld, afspraken gemaakt. En dat is precies wat organisator Hadeline Vorselaars van de gemeente Tilburg voor ogen had toen ze dit congres organiseerde.

En het werkt: een teammanager fraudebestrijding bespreekt de samenwerking met een rechercheur van de inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Teun Haans, clustermanager van Sterk Huis en lid van de Regionale Taskforce Kindermishandeling, ziet veel raakvlakken tussen de aanpak van kindermishandeling en die van mensenhandel en deelt best practices. Zijn belangrijkste inzicht: ‘We moeten niet meer denken in de ketenstructuur, maar in een netwerkaanpak. Dat is een ingewikkelde vorm van hulp organiseren, maar het is cruciaal. Wij mensen houden van simpele oplossingen, maar je lost een complex probleem niet op met een simpele oplossing.’

Blijf leren

’Ik wilde partners op allerlei niveaus laten inzien dat gezamenlijkheid en bewustwording noodzakelijk zijn. En dat er ook heel veel verbindingen liggen met allerlei andere problematieken’, vertelt organisator Hadeline Vorselaars. ‘Dit congres, en ook de hele week tegen de mensenhandel in Tilburg die eraan voorafging, is wat dat betreft een startpunt.’

Dat dit pas het begin is, vindt ook spreker Meike Lommers van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). ‘Nu is het zaak om te onderzoeken wat er landelijk en regionaal allemaal gebeurt. En om knelpunten in de processen aan te geven en te agenderen op bestuursniveau. Zodat we kunnen blijven leren, aanpassen en ontwikkelen.’

Het congres over de aanpak van mensenhandel werd mede mogelijk gemaakt door het IBP en werd georganiseerd door de gemeente Tilburg. Dit congres, en de Tilburgse Week tegen Mensenhandel die daaraan vooraf ging, past binnen het integrale programma Samen tegen Mensenhandel.

Hoort bij