Zomertour Esmah Lahlah

Zomertour Esmah Lahlah

Het is zomer. Tijd om even afstand te nemen van back to back videobellen en overvolle mailboxen. Het is tijd om te reflecteren en doet overheid van nu deze zomer met drie bijzondere gasten. Met vandaag Esma Lahlah. Hai, als je het goed vindt, kleed ik mij heel even om. Ja, dat is goed. Ja, dankjewel. 

  

Wie ben jij eigenlijk? Ik ben Esma Lahlah, wethouder in Tilburg en ik heb een portefeuille gericht op arbeidsparticipatie, bestaanszekerheid, dus arbeidsmarktbeleid, stukje schuldhulpverlening, de integrale aanpak van asiel- en inburgering en een klein stukje mondiale bewustwording. En wat was je net aan het doen? Ik was net aan het hardlopen. Waarom was je aan het hardlopen? Als je hardloopt dan ga je met de stappen die je zet, kom in soort kadans en dan kom je in een flow en ik bedenk dan allerlei oplossingen voor ingewikkelde vraagstukken. We zitten op een bijzondere plek vandaag, wil jij misschien vertellen waar zijn we zijn? Ja, we zijn nu bij Stichting Broodnodig en die zit vlak bij het Wilhelmina park in de wijk waar ik ook wijkwethouder ben. En het mooie van deze stichting is dat zij eigenlijk inwoners helpen die het zwaar hebben, financieel zwaar hebben, moeite hebben met rondkomen maar soms ook dak- en thuislozen die hier in Tilburg rondzwerven, en die dan hier terecht kunnen voor een warm kopje soep of voor brood of wat extra spullen. Net wat ze aan voedsel en spullen gedoneerd hebben gekregen. Ze zijn soort van voedselbank die net iets op een andere manier werkt en dat vind ik eigenlijk heel mooi dat hier zit en hoe die werkt op een manier, heel laagdrempelig. De deur staat open voor eenieder die hier komt met de gedachte als je komt, dan heb je het nodig. Er wordt gewerkt dus vanuit basis van vertrouwen, ze bieden een luisterend oor en kijken hoe ze vervolgens ook die inwoners eventueel verder kunnen helpen of waar ze tegen aanlopen. Ik ben wel benieuwd, je doet heel veel als wethouder, wat is eigenlijk je belangrijkste drijfveer? Zit er een soort rode draad in? Nou wat je ziet in mijn portefeuille, die brede portefeuille, die gaat eigenlijk allemaal om inwoners met heel veel talenten, maar ook heel veel kwetsbaarheden. En die talenten worden niet altijd gezien en die worden ook niet altijd gewaardeerd - zeker niet financieel gewaardeerd - maar er zijn ook kwetsbaarheden die ontwikkeling en talentontwikkeling en het leven lang leren en ontwikkelen moeilijk maken. En dat zie je eigenlijk op het gebied van arbeidsparticipatie wanneer je hebt over inwoners met een bijstandsuitkering. Dat zie je ook als je hebt over bestaanszekerheid waarin mensen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. En dat zie je ook bij de integrale aanpak van asiel- en inburgering. Dus die doelgroep is grotendeels, die heeft heel veel talenten en heel veel kwetsbaarheden. En wat ik zie is dat een groot deel steeds meer van onze inwoners en niet alleen maar specifiek in Tilburg maar, aan de kant van de samenleving staan en eigenlijk het gevoel hebben dat ze niet meetellen. Ze worden niet gezien, niet gehoord, het gevoel dat ze er niet toe doen. En daardoor, doordat je dat gevoel hebt dat je niet gezien wordt en niet gehoord of niet erkend in al je facetten, kom je ook vaak bij mee mogen, mee willen en mee kunnen doen. En ik zeg altijd die drie, als je weet je gevoel hebt dat je niet mee mag doen of dat je niet meer kan doen omdat je de juiste ondersteuning hebt, en dan volgt daar ook vaak niet mee willen doen. En die drie houden elkaar in stand en ik geloof heel erg, en ook dit College, gelooft heel erg in een inclusieve samenleving waarin we die ook samen maken. Waarin we naar elkaar omzien en waarin die diversiteit van talenten juist en rijkdom is. Ik ben wel benieuwd naar, heb jij enig idee waar dit bij jou vandaan komt, die drijfveer? Ik denk dat het vandaan komt dat ik in een omgeving ben opgegroeid waar dat niet vanzelfsprekend was. Ik ben in een echte volksbuurt in Helmond opgegroeid, hoge werkloosheid, veel mensen met een bijstandsuitkering, ook een groot deel van mijn familie heeft een bijstandsuitkering. Mijn vader werkte wel, maar mijn moeder zat thuis en zowel mijn vader als mijn moeder, door verschillende omstandigheden, hebben eigenlijk nooit via onderwijs zich maximaal kunnen ontwikkelen. Of optimaal kunnen ontwikkelen, moet ik zeggen. Mijn vader kwam op 18-jarige leeftijd naar Nederland en had vanwege armoede in Marokko eigenlijk nooit onderwijs, echt onderwijs, kunnen genieten. Dus die heeft hier productiewerk gedaan, terwijl hij misschien wel hele andere dingen had willen doen. Mijn moeder is op haar 16e getrouwd en ging eigenlijk vanaf de basisschool meteen naar de huishoudschool en die had ook allerlei andere dingen willen doen. Dus mijn ouders vonden dat onderwijs, dat hadden zij in hun hoofd, onderwijs is eigenlijk een beetje de emancipatie-machine. Je kunt je eigenlijk afvragen of dat nog steeds zo is, maar dat vonden zij heel erg belangrijk en zij hebben ons daar ook heel erg in gestimuleerd in een omgeving waarin dat eigenlijk helemaal niet vanzelfsprekend was. Dat was van, je bent een dubbeltje, je zal nooit en kwartje worden, of doen maar normaal dan doe je al gek genoeg. Maar mijn ouders vonden dat heel erg belangrijk dus daarmee heb ik heel erg geluk gehad. En dan vond ik leren ook nog eens heel erg leuk, dus dat is dan ook nog geluk, en dan heb je dan ook nog mensen in je omgeving die je daarbij helpen. Dus als je in een omgeving opgroeit waar onderwijs en naar de universiteit, dat je dat helemaal niet ziet, denk je daar ook niet snel aan. En ik denk dat het belangrijk is... Kijk, de universiteit is helemaal niet het einddoel, maar het is wel belangrijk dat je je optimaal ontwikkelt, en dat je eigenlijk wordt wie je in essentie al bent en het klinkt een beetje filosofisch, maar daar draait het natuurlijk wel om. Dus je moet dan ook zeg maar in je omgeving alle kansen krijgen om te worden wie je bent en dat valt niet mee. Volgens mij is het tijd voor een tussendoortje. 

  

Stel: volgend jaar begin je aan een grote nieuwe samenwerkingsproject met een aantal partijen waar je nog nooit mee hebt samengewerkt en je staat aan de vooravond van de kick off. Dat moet je je even inbeelden. En dan mag je nu twee kaarten uitkiezen die symbool staan voor jouw droombeeld van die samenwerking als die helemaal goed zou verlopen. En ik heb gehoord net van je dat je het moeilijk vindt om keuzes te maken, dus je krijgt één minuut. Oké. Ga ik er heel snel doorheen. 

Oké, heb je ze? Ja, ik heb er stiekem vier, maar ik ga er twee uitkiezen. Ik heb deze, die staat voor mij voor samenwerking. Het is namelijk de handen ineenslaan, maar ergens ook wel er voor elkaar zijn. Dus zo zie ik mijn optimale samenwerking, dus we slaan de handen ineen en we gaan hier goeie dingen doen en kijken daar ook met elkaar en naar elkaar om. En dat doen we om alle drempels en sloten die mensen, of onze inwoners, ervaren om de volgende stap te kunnen zetten of zich persoonlijk te ontwikkelen om al die sloten open te maken. Dus het slot zit vaak stevig dicht. Dat zie ik in mijn portefeuille is dat het heel lang duurt voordat inwoners weer het geloof in zichzelf krijgen en ook het vertrouwen in zichzelf en in andere, maar als je dat met elkaar kunt doen, ja, dan ontstaat er echt hele ongekende mogelijkheden. Dus slaan we de handen in elkaar om de sloten open te maken en dan kom je volgens mij het tot hele grote hoogtes. Dat is volgens mij dit kaartje. Dus ja, zo zie ik de samenwerking. Om samen met elkaar het goede dingen doen, denk ik. Dank je. 

  

We hebben het in het eerste deel gehad over jouw belangrijkste drijfveer, dat iedereen mag, kan, en wil meedoen. Hoe, ja, we hebben we gaan we hebben hier over samenwerkende overheden bij Overheid Van Nu, hoe gaat de samenwerking op dat vlak. Ja, je hebt samenwerkingen die kun je op verschillende manieren interpreteren. Je kunt samenwerken over de verschillende beleidsterreinen, dus integraal, dus dan kijk je niet alleen maar vanuit de Participatiewet, vanuit die blik naar de leefwereld van onze inwoners, maar dan kijk je hem integraal van uit WMO en jeugd. En hoe doe je gezamenlijk dan de goede dingen en zet je eigenlijk de leefwereld centraal. Daar zetten we echt wel stappen in, ook met projecten die we voeren waarin het de inwoner en zijn omstandigheden centraal staan en vanuit die blik kijken we in plaats van de verschillende systeemwerelden. We zijn er nog niet maar dat worden wel stappen ingezet. Je kunt kijken naar de regionale samenwerking. Je ziet vaak, zeker als je het hebt over jeugdbeleid, is een regionale inkoop, de WMO werken we samen, maar ook op het gebied van arbeidsmarkt en arbeidsmarktbeleid zie je steeds meer samenwerking en dat gaat heel goed. Af en toe bots dat ook wel, maar zeg maar in de essentie in dat je de juiste dingen wil doen voor die inwoners om ze gezonder en gelukkiger te maken, die deelt iedereen, en dan kan de route ernaartoe nog wel eens verschillen. Maar het helpt elkaar ook en het houdt elkaar ook scherp op die manier. En dan heb je de samenwerking met het Rijk en ook die samenwerking zou ik classificeren als ´goed´, maar soms schuurt het wel. Ja, ik proef wel een 'maar', ja. Ja, juist als het dat ze schuurt, zonder schuring geen glans, maar de discussie die we met het Rijk hebben, als het gaat op inhoud en hoe de decentralisatie bedoeld is, namelijk dat de lokale overheid naast zijn inwoner gaat staan en die inwoner ook het beste kent en leert kennen, dan moet je daar ook de financiën en de en de tijd en de ruimte geven om de goede dingen te kunnen doen. En tijd kost geld dus daar hoort ook een financieel plaatje bij. We weten allemaal dat gemeentes financieel onder druk staan. En wil je investeren in de relatie zodat je weet wat de goeie dingen zijn dan is daar tijd nodig en aandacht en dat kost uiteindelijk ook geld, dus dan moet het Rijk ook over de brug komen. Maar daarnaast ook ruimte om de juiste dingen te kunnen doen. En het komt nu regelmatig volg, zeker als je het hebt over de Participatiewet, waarin gemeenten een aantal dingen willen doen en gewoon worden belemmerd door de wet. Waarin eigenlijk wetgeving is goed bedacht die op papier heel logisch klinkt en waarbij je misschien vanuit afzonderlijke maatregelen best kunt bedenken waarom dit bedacht is, maar in de uitvoering heel anders uitpakt. Dus die uitvoering is ontzettend belangrijk om daar naar die casuïstiek te kijken en ook die professional de ruimte geven om de goede dingen te doen. Dat botst dan soms. Wat is daar dan een voorbeeld van? Een voorbeeld is bedoeld als je het hebt over jongeren, wanneer zij uitkering aanvragen, 18, 21, 23, dat daar een verplichte wachttijd zit van een maand. Dus iemand dient zich aan, die vraagt een uitkering aan. Dat kun je zien als een hulpvraag dus voor een lokale overheid de gelegenheid die zeggen een inwoner dient zich aan met een vraag, wat kan ik voor u doen? Hoe gaat het met je en wat kan ik voor je doen? En dan zegt de wetgeving eigenlijk nou wacht maar over een maand en dan pas mag je het in behandeling nemen. Inmiddels door corona kunnen we dat tijdelijk loslaten, maar dat zou eigenlijk veel langer moeten. De kostendelersnorm ook die kun je niet tijdelijk loslaten. Dus waarbij je eigenlijk huishoudens het bestaande uit meerdere gezinsleden en waar je ziet stoms kinderen die 21 worden en vervolgens worden de ouders gekort op hun uitkering omdat ze iemand hebben van die in 21 jaar en ouder die misschien werkt om zijn studie te betalen, vaak zijn het gezinnen waar ze het financieel niet breed hebben. Die gaat dus werken om zijn studie betalen maar volgens worden zijn ouders gekort omdat er inkomen is. Nou ja, dat is gewoon niet van deze tijd. En zo zijn er nog een aantal. Bijverdiensten: iemand gaat stappen zetten. gaat parttime werken. Door het hele stelsel van uitkeringen en voorzieningen, denk aan toeslagen en dergelijke, komt het soms voor dat inwoners te maken krijgen met een armoedeval dus ze gaan parttime werken me houden netto minder over. Werken loont niet. En dan zou je eigenlijk het loon dat ze bijverdienen willen vrijlaten, dat ze dat kunnen behouden en dan mag dat maar tot een beperkt bedrag en ook maar voor een beperkte periode. Terwijl dat nou juist maatregelen zijn die gewoon uit onderzoek en uit de praktijk blijven dat dat de stimulering kan zijn om weer een andere stap te zetten. Is dat niet de crux ook van, eigenlijk laten jullie zien van, het kan dat je het vertrouwen terugwint van mensen dat eigenlijk niet meer hebben. Ja. Alleen het kost tijd. En tijd kost geld. Precies. Ja, nou ja soms wel, en een deel kun je ook zelf. Het gaat niet altijd om geld, maar dat draait het wel ook om. Het gaat ook om de ruimte om de juiste dingen te kunnen doen en ook daar loop je soms tegen aan dat in een pilot een aantal dingen wel kan doen is de pilot afgelopen dan is de wet nog niet meteen veranderd en dan zou je eigenlijk terug moeten draaien. En dat is denk ik ook de grootste oproep die ik heb richting het Rijk. Het gaat om een groep talentvolle inwoners, maar ook hele kwetsbare inwoners en daar zou het niet van de politieke wind die op dat moment waait moeten zijn hoe de koers is. Eigenlijk heeft juist deze groep, dan heb ik het vooral over de groep die langdurig in de bijstand zit, baat bij een duurzame structurele aanpak wil je echt verandering. Want verandering voor die groep is niet van vandaag of morgen gedaan, het zijn altijd hele kleine stapjes. Door onze ogen gezien misschien hele kleine stapjes, voor de inwoner is het immens. En dat schuurt en dat botst en tegelijkertijd denk ik, 'we kunnen het alleen maar op deze manier doen, door deze pilots, en door deze te evalueren laten we ook zien wat het effect is. Want je wil om de goede dingen doen. Wat we nu bijvoorbeeld doen in Tilburg is door ´Tilburg investeert in perspectief´, proberen we natuurlijk maximaal de ruimte te benutten die de wet ons biedt en proberen we ook bijvoorbeeld basisbanen te creëren. Dat doen we dan meteen met een business case die laat zien, waar valt nou het rendement? Dus op het moment dat een inwoner gezonder en gelukkig is wil dat niet altijd zeggen dat de gemeente daar baat bij heeft. Misschien is het wel de zorgverzekeraar. Dus ook daar wil je ontschotten. Dus als het gaat om samenwerken, gaat het om samenwerken tussen landelijk beleid en lokaal beleid, maar ook regionaal gemeenten, maar ook met allerlei organisaties en maatschappelijke partners. Als je dat allemaal bij elkaar kunt leggen dan kun je heel veel, en dat doen we nog te weinig. We denken nog te vaak vanuit onze eigen kokers, vanuit de eigen financiële structuren. Deze hoor je heel vaak terug maar ik kennelijk is die toch heel moeilijk om te veranderen. Je zou eigenlijk de leefwereld centraal moeten zetten en niet de systeemwerelden. Heb je een idee hoe dat zou kunnen? Nou, ja, we hebben vanuit de VNG hebben we natuurlijk een positie neergelegd waarvan we dan ook hebben gezegd dat die Participatiewet moet echt fundamenteel op de schop. Het geluid wat je dan hoort is, 'ja, een stelselwijziging, zeker als je het hebt over de belasting en de toeslagen, ja, dat kost heel veel tijd en daar gaat tien jaar overheen', maar laten we beginnen zeg ik dan. Er zijn al zoveel dingen die je nu al kunt doorvoeren waardoor het in ieder geval makkelijker wordt, duidelijker, simpeler, eenvoudiger, en ik heb dat zelf ook ervaren in die maand zeg maar, in de in de bijstand waarvan ik dacht: stel nou dat ik echt geen Ik heb deze maand maand weinig geld te besteden waar moet ik dan een aanvraag doen voor toeslagen, kan iemand mij het meedenken in mijn specifieke situatie? We hebben echt een wirwar van instituties en regelingen met elkaar gemaakt met alle respect en met alle goede bedoelingen, maar de inwoners ziet door de bomen het bos niet meer laat staan als je ook nog eens kwetsbaar bent of op met verschillende beleidsterreinen te maken hebt. Een mooi voorbeeld hier is in de regio, is echt een mooi voorbeeld wat hebben gedaan, heet het maak pakt, hebben we regionaal opgezet, dus met 9 gemeentes, in de regio Hart van Brabant waarin we juist huishoudens die te maken hebben met verschillende problematieke op de verschillende domeinen dus ontzettend complex, dus vanuit jeugdzorg WMO, vaak ook weinig weinig perspectief op bestaanszekerheid uitkering en dergelijke, hebben we gekeken van, nou die casuïstiek, die huishoudens waar we eigenlijk geen doorbraak kunnen regelen. Laten we aan tafel gaan, samen met het Instituut Publieke Waarden en kijken met die inwoner, met dat gezin, met het huishouden, wat is nu nodig? Wat denk je dat jou helpt? En soms komen dan tegen dat de drie verschillende wetgevingen elkaar tegenspreken. Dat is ook een goed signaal richting het Rijk. Soms moet je omdenken, soms heb je een creatieve oplossing nodig, maar je ziet wel op het moment dat je dat doet, de gezinnen geholpen zijn op een manier die veel beter aansluit bij hen, hun behoeften, ze zijn zelf betrokken bij plan van aanpak in plaats van twee drie jaren aanmodderen allerlei professionals, allerlei medewerkers, die gaan kijken en die alleen maar vanuit hun eigen koker. Dus die integraliteit is heel erg belangrijk en daarmee dus ook de financiën. We hebben toen een soort van bureaucratievrije pot met geld gecreëerd waardoor daar zeg maar de doorbraak uit betaald kon worden en ook daarvan hebben we dat meteen ook gevolgd, geëvalueerd dat het effect daarvan is om daarvan te leren dus dat data-gericht werken en zien wat nu echt werkt en dat behouden en wat niet werkt, daar moeten we gewoon mee stoppen. Je zei net, de leefwereld die eigenlijk centraal staat, zou iedereen in het sociaal domein een keer zo'n maand zoals jij hebt gedaan op bijstandsniveau of iets op een ander thema, zoiets moeten doen om daar gevoel bij te krijgen? Ik denk dat je dat op verschillende manieren kan doen en ik denk dat de mensen met wie ik samenwerk zowel de professionals in de uitvoering als in beleid als de collega-wethouders, ik denk dat iedereen op zijn manier voeding houdt met waar inwoners tegen aanlopen en waar ze het beste mee geholpen kunnen worden. Voor mij was dit een manier die zeg maar, met mij als persoon en ook mijn wethouderschap heeft verrijkt en heeft geholpen waardoor ik dus zag wat ik dus niet wist, zag dat aan de ene kant heel mooi beleid hebben, en daar geloof ik nog steeds in, Tilburg investeert in perspectief, met zo'n iemand die naast de inwoner gaat staan die klant regie, vanuit vertrouwen omdat vertrouwen nou eenmaal schaars is. Maar dat vertrouwen komt van twee kanten, vertrouwen richting de inwoner en de inwoner moet ook vertrouwen hebben in de overheid. Dat staat best wel onder druk de afgelopen afgelopen jaren, maar als dat lukt, dan ontstaan er hele mooie hele mooie dingen maar de andere kant zag ik ook de wetgeving. Dus wat ik ook zag, is op het moment dat bijvoorbeeld op het moment dat iemand een uitkering aanvraagt, in dit geval was ik dat zelf, krijg je vooral te maken met de wet die heel juridisch is en strikt. En pas op het moment dat je een professional spreekt dan krijg je tekst en uitleg en context en gaat iemand met je meedenken. Maar je eerste kennismaking met die wet is als je op Google gaat voor je aanvraagformulier. Dat is vrij koud en kil, terwijl iemand eigenlijk zegt, ik vraag een bijstandsuitkering aan, dus dat is eigenlijk meteen een hulpvraag. Er is iets gebeurd in het leven van iemand waardoor die de uitkering nodig heeft. En dat heeft mij in die zin verrijkt van, we hebben moeten nog meer en nog scherper zijn op de manier waarop we communiceren. 

Vertrouwen is een sleutelwoord, het komt veel veel terug. Hoe is dat vertrouwdheid bij de samenwerking tussen jullie en andere overheden? Ik denk dat vertrouwen is altijd belangrijk als je het hebt over samenwerking, want dan gaat het over relaties. En in een relatie wil je daar goed in kunnen samenwerken, is het vertrouwen een basisvoorwaarde zou ik zeggen. Soms voelt het alsof het vertrouwen daar niet altijd is. Als ik ga kijken naar 2015 toen de decentralisatie van de wetgeving Jeugd, WMO en de Participatiewet, met dit idee van, dat leggen we meer bij een lokale overheid. Die staat dichter bij de inwoner. En ik denk op inhoud is er nog steeds de juiste beweging. Dan hoort daar ook het vertrouwen bij dat die gemeente dus en die lokale overheid ook weet wat de juiste dingen zijn. En als ik ga kijken naar de Participatiewet, veel meer nog dan bij WMO en jeugd, zie ik eigenlijk dat we met die wet heel veel regels en controle krijgen. Dus enerzijds, je zou bijna kunnen vragen van vertrouwen vertrouwt de overheid ons wel dat we de juiste dingen doen? Want als je zoveel regels hebt en geen ruimte hebt, is dat vertrouwen er dan ook? Dus ik denk dat vertrouwen is voor mij een sleutelwoord als je het hebt over het vertrouwen in de inwoner en de inwoner het vertrouwen in zichzelf om stappen te kunnen zetten. En te vertrouwen in de inwoner die zich maximaal inzet om de goede dingen te doen, het vertrouwen van de inwoner in de professional die samen met hem meekijkt en in de overheid, en ook het vertrouwen in elkaar tussen overheden. Dus het is echt een voorwaarde om voor om überhaupt die samenwerking aan te kunnen gaan. Hoe kan dat nou beter? Is vooral veel naar elkaar luisteren, veel met elkaar het hebben over waar het soms niet goed gaat. Zoals al zei ik, ook ik kan naar de Participatiewet kijken en kan misschien bij de dingen die ik echt nog liever gisteren aangepast zou willen hebben dan vandaag best nog rationeel verklaren waarom het tot stand is gekomen en het idee daarachter begrijpen, dus de papieren werkelijkheid, maar de uitvoering laat iets heel anders zien dus neem die uitvoering mee en vergeet die niet bij het maken van wetgeving of bij het aanpassen van beleid. Dat is zo belangrijk. En de verhalen natuurlijk van onze inwoners maar vooral die professional, want die voegt die wet elke dag uit en die geeft daar vorm aan en dit is degene die de menselijke maat een gezicht geeft. Dus daarnaar luisteren is ontzettend belangrijk. Hoe kan het dan dat het niet genoeg gebeurt? Ja, dat is een hele goede vraag. Dat is een hele goede vraag. Ik denk dat ze bij de Participatiewet te weinig hebben gekeken naar de uitvoering. Hoor je overigens steeds vaker en met wetgeving. Het is natuurlijk ingewikkeld en misschien ook wel verschillende departementen die daarmee worden vormgegeven, maar nog te weinig soms toch eerst even getest hoe dat dan uitwerkt. Dus die signalen, en alles alles dicht timmeren, helpt ook niet om daarna nog de ruimte aan te passen. Als je alles dicht timmert dan heb je ook geen ruimte meer om flexibel te zijn. En dat moeten we ook leren. Zoals ik al zei, de Participatiewet is tot stand gekomen na een grote fraude, de Bulgarenfraude, dus dat idee van, dat willen we niet meer, waardoor de pendule weer helemaal de andere kant is op opgeslagen. Tot slot, we zijn aan het reflecteren vandaag, het is zomer, we proberen van wat meer afstand te kijken naar waar we mee bezig, jij in dit geval. Als we hier nou over een jaar weer aan tafel zouden zitten, waar hoop je dan op te kunnen reflecteren? Wat ik zie, ik denk dat het een aantal dingen zijn. Ik hoop dat we over een jaar nog meer inwoners hebben bereikt die deze nieuwe koers ook ervaren, dat ze zien wat we aan het doen zijn, dat ze dat ook voelen dat we een presente overheid zijn die naast ze gaat staan en ze echt wil helpen. En niet dat we een overheid zijn die alleen maar vanuit regeltjes opereren dat wij een overheid zijn die inderdaad de leefwereld van je inwoners centraal bestaat dat we het simpeler hebben gemaakt eenvoudiger en dat ze dus die nieuwe koers ervaren. Ik hoop dat we een slag hebben geslagen in onze communicatie. Zowel onze schriftelijke communicatie als onze websites, en dat moet allemaal uitstralen: 'Wat kunnen we voor u doen? Wat fijn dat u een vraag bij ons neerlegt. Hoe gaat het met u en wat kunnen we voor u doen?' En ik hoop nog meer dat dan een coalitie is gevormd, dat we een regeerakkoord hebben die uitgaat van vertrouwen en die de Participatiewet, voornemens is de Participatiewet echt fundamenteel te veranderen, waarin we echt een aantal dingen die echt anders moeten in de wet per direct en daarmee stoppen. Oké, dan moeten we alweer afsluiten. Dank. Ik vond het een heel fijn gesprek. Graag gedaan.