Leestip Robert Reich: in Amerika is er socialisme voor de rijken maar hard kapitalisme voor de rest

De inkomens van de meeste mensen in Amerika zijn al vier decennia niet gestegen. De rijken worden steeds rijker. En ons economische én politieke systeem is stuk. Met die onheilspellende boodschap opent het boek van Robert Reich, ‘The System: Who Rigged It, How We Fix It.’ Iedere bladzijde opnieuw hamert hij zijn boodschap erin: ‘world gone wrong’ (vrij naar Bob Dylan). Naming en shaming is daarbij ook geen probleem: schuldigen, zoals de grootbanken en CEO’s van grote bedrijven en hedgefondsen, zijn snel geïdentificeerd. Maar heeft Robert Reich een punt?

Nu is Reich (1946) niet de eerste de beste. Hij is niet alleen een bestuurder van formaat – hij vervulde functies onder presidenten als Gerald Ford en Jimmy Carter, en was Secretary of Labor onder president Bill Clinton. Barack Obama vroeg hem als lid van de Economic Transition Advisory Board. Maar Reich is bovendien een gerenommeerd econoom (en hoogleraar) en politiek commentator, die zich in de afgelopen jaren steeds kritischer is gaan opstellen tegen de fundamentele ongelijke verdeling van macht en rijkdom in de Amerikaanse samenleving.

Zijn centrale boodschap: het huidige systeem is fundamenteel opgetuigd ten gunste van rijke en machtige elites.

Een foto van Edmond J. Safra Center for Ethics
Foto van: Edmond J. Safra Center for Ethics

‘Jamie, ik heb $ 8 miljard nodig!’

Geld is de levensader van dit systeem, zo betoogt Reich. Instellingen zoals de systeembank JPMorgan vormen het hart van dit systeem. De baas van JPMorgan, CEO James Dimon is een van die belangrijke personen die ervoor zorgt dat het hart blijft kloppen.

Reich dist een anekdote op die laat zien hoe groot de invloed van Dimon is en bovendien illustreert hoe de Amerikaanse elite elkaar goed weet te vinden. Superbelegger Warren Buffett wil met zijn investeringsvehikel Berkshire Hathaway in 2009 de Burlington Northern Railroad overnemen. De aankoopprijs is maar liefst 26 miljard dollar. Alleen: om de deal te bekostigen heeft hij nog een lening van 8 miljard dollar nodig. Op de dinsdag vlak voor de aankondiging van de deal belt hij – zo stelt Reich – met James Dillon: ‘Jamie, ik heb $ 8 miljard nodig!’ Nog diezelfde dag is het krediet geregeld. ‘Jij snapt het’, zegt Buffett tegen Dimon.

Vroeger was het anders

Ooit was dat wel anders, zo betoogt Reich. Ten tijde van de New Deal zorgde de iconische president Franklin D. Roosevelt er vanaf 1932 met zijn democratische meerderheden in het Huis en de Senaat voor dat de macht van de corporate raiders werd ingeperkt. De Beurskrach van 1929 en de daaropvolgende grote economische crisis zorgde bovendien voor maatschappelijk draagvlak voor inperking van graaigedrag.

Gedurende de volgende halve eeuw werd de opgebouwde welvaart op grotere schaal gedeeld. Ook zorgden de verschillende Amerikaanse presidenten (en het systeem) ervoor dat er beter tegemoet gekomen werd aan de behoeften en aspiraties van de gemiddelde Amerikaan.

Oligarchy with a vengeance

Dat verandert in en na de jaren tachtig. Dan verandert Amerika geleidelijk aan in een oligarchie, aldus Reich. Een oligarchie, die hij in een (on)bedoelde verwijzing naar de film Die Hard: with a vengeance tot ‘The American oligarchy is back, with a vengeance’ doopt.

Kort gezegd, is Reich van mening dat een beperkt aantal sleutelspelers sindsdien het Amerikaanse economische en politieke systeem in hun voordeel heeft ‘gemanipuleerd’. Met behulp van een intensieve en niet aflatende lobby en met slimme campagnefinanciering (zowel voor de Democraten als voor de Republikeinen) heeft die elite een ongeëvenaarde beleidsinvloed gekregen. Het gevolg: een sterk toenemende inkomensongelijkheid, verminderde sociale mobiliteit en uitholling van democratische principes.

Supermarkt Walmart
Beeld: ©Creative Commons/Walmart
Supermarkt Walmart

Dan de feiten

Reich lardeert dat met (veel) feiten. Zo benoemt hij de jaarlijkse bonuspool van Wall Street, die in 2018 gevuld was met 27,5 miljard dollar. Recent onderzoek van The Guardian laat zien dat deze feiten alweer achterhaald zijn: in topjaar 2021 zat er maar liefst $ 42,7 miljard in deze pot.

Daartegenover plaatst hij de financiële positie van gewone Amerikanen. In 2018, zo’n tien jaar na de financieel-economische crisis van 2008, is de Amerikaanse economie weer ‘boven Jan.’ Het aantal banen is eindelijk weer op het niveau van 2008 aangeland, terwijl ook de huizenprijzen weer zijn hersteld. Maar het zogenaamde mediane gezinsinkomen, gecorrigeerd voor inflatie, is in diezelfde tien jaar nauwelijks veranderd, terwijl de inkomens van de rijksten fors zijn gestegen.

Vijftig jaar geleden, toen General Motors de grootste werkgever in Amerika was, verdiende een gemiddelde GM-werknemer $40 per uur (omgerekend naar de waarde van vandaag). Nu is Walmart de grootste werkgever van Amerika, en verdient een Walmart-werknemer op instapniveau 11 dollar per uur. (Bron: Robert Reich)

In harde cijfers: het gemiddelde vermogen van huishoudens (meestal vervat in de waarde van de huizen van mensen) bedroeg in 2018 $ 97.000,- terwijl dat in 2007 gemiddeld $ 126.000 was. Een kwart van dat vermogen is dus verdampt. Mede om die reden woont bijna een derde van de volwassen millennials nog thuis.

‘Ik geef iedereen geld, zelfs de Clintons, want zo werkt het systeem’ (Donald Trump in 2016)

Is Amerika nog wel een democratie?

Reich durft zelfs te betwijfelen of Amerika nog wel een democratie is. Tenminste, als je ervan uitgaat dat in een democratie de stem van de meerderheid gehoord en gevolgd wordt. Daaraan, zo betoogt Reich, ontbreekt het. Hij haalt daarvoor een Princeton-studie van Gilens en Page (2014) aan. Beide hoogleraren analyseerden 1799 beleidskwesties en stelden vast dat de voorkeuren van gewone Amerikanen niet of nauwelijks meewogen bij besluitvorming of wetgeving van het Amerikaanse Congres. Sterker nog: ‘De voorkeuren van de gemiddelde Amerikaan lijken slechts een minuscule, bijna nul, statistisch niet-significante invloed te hebben op het overheidsbeleid.’ Volgens Gilens en Page luisteren wetgevers voornamelijk naar grote bedrijven en vermogende elite. Oftewel: diegenen die over de beste lobby en de diepste zakken beschikken.

Om dan te eindigen met een fraaie zin: ‘Voordat je in de verleiding komt om “Duh” te zeggen, wacht even. De gegevens van Gilens en Page komen uit de periode 1981 tot 2002.’

Nu is dat niet anders, legt Reich uit: hij haalt de democratische senator Chris Murphy, aan die in 2018 $ 44.903,- ontving van JPMorgan. Die verwoordde het zo: ‘Je besteedt veel tijd aan de telefoon met mensen die op de financiële markten werken. En dus hoor je veel over problemen die bankiers hebben en weinig problemen die mensen die in de fabriek in Thomaston, Connecticut werken, hebben.’ Ook een citaat van Donald Trump uit 2016 spreekt boekdelen: ‘Ik geef iedereen geld, zelfs de Clintons, want zo werkt het systeem.

‘De macht van traditionele tegenspelers zoals vakbonden, coöperaties, MKB en kleinere banken is zo goed als verdwenen.’

Socialisme voor de rijken, hard kapitalisme voor de rest

De elite zorgt dus goed voor zichzelf. Ook dat is een boodschap die van de pagina’s af te scheppen is. Ten tijde van Donald Trump is het allemaal nog erger geworden. Zo krijgt General Motors 600 miljoen dollar aan federale contracten, plus 500 miljoen dollar aan belastingvoordelen, in de twee jaar na het aantreden van Donald Trump. Waarbij de ‘bazen’ een substantiële vergoeding krijgen: CEO Mary Barra verdiende in 2017 bijna $ 22 miljoen.

Reich stelt daar de positie van gewone werknemers tegenover. Begin 2019 sloot General Motors een fabriek in Lordstown, Ohio. Hoe ironisch was dit nu juist een fabriek waarvan Trump beloofd had deze te redden: ‘Verhuis niet. Verkoop je huis niet', had hij de werknemers tijdens verkiezingsbijeenkomst beloofd.

Vroeger was er tenminste nog sprake van countervailing powers. Macht en tegenmacht. Ook dat is niet of nauwelijks meer aan de hand, aldus Reich. De macht van traditionele ‘tegenspelers’, zoals vakbonden, coöperaties, MKB en kleinere banken is zo goed als verdwenen. Tot aan de jaren tachtig werd er zo voor gezorgd dat ook de midden- en arbeidersklasse van Amerika een aanzienlijk deel van de voordelen van economische groei ontving. In de afgelopen vier decennia is die tegenmacht bijna verdwenen en is welvaart -dus- ook minder eerlijk verdeeld.

Statistiek van de OESO

Van de drie dozijn geavanceerde landen in de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling hebben de Verenigde Staten het laagste minimumloon (gemeten als een percentage van het gemiddelde loon). Dat percentage ligt op 34 procent, vergeleken met 62 procent in Frankrijk en 54 procent in Groot-Brittannië.

Een Amerikaanse arbeider werkt gemiddeld meer uren dan Canadese, Europese of Japanse arbeiders. Amerikaanse bedrijven keren bovendien een kleiner deel van hun inkomsten uit aan hun werknemers dan Europese of Canadese bedrijven.

Topbestuurders in Amerika verdienen daarentegen veel meer dan hun tegenhangers in andere rijke landen. Bijgevolg is de ongelijkheid in de Verenigde Staten veel groter dan in enig ander ontwikkeld land en is de Amerikaanse middenklasse niet langer de rijkste ter wereld. Rekening houdend met belastingen en overdrachtsbetalingen, zijn arbeiders uit de middenklasse in Canada en een groot deel van West-Europa beter af dan in de Verenigde Staten.

(Bron: Robert Reich)

De elite constateert zelf dat het niet goed gaat, maar verandert niet(s)

Reich is op zijn zachtst gezegd niet mild voor de elite in Amerika. Zonder het zo direct te zeggen, stelt hij vast dat het wolven in schaapskleren zijn. Ook als er een ‘goede boodschap’ uitgevent wordt, dan moet je dat wantrouwen. Er volgt namelijk geen actie. Zo schetst Reich – als een van de voorbeelden van de elite, die als een vos de passie preekt - een weinig vleiend portret van Ray Dalio, de oprichter van Bridgewater Associates.

Bridgewater is het grootste hedgefonds ter wereld: het bedrijf beheert ongeveer $ 160 miljard aan vermogen. Ook Dalio zelf is niet onbemiddeld, ze stelt Reich fijntjes vast. Het persoonlijke vermogen van Dalio is in 2019 geschat op $ 18 miljard.

Begin 2019 publiceerde Dalio een opiniestuk. Met als fraaie titel: ‘Waarom en hoe het kapitalisme moet worden hervormd (deel 1).’ Daarin concludeert (ook) Dalio dat het systeem ‘niet goed werkt voor de meerderheid van de Amerikanen.’ Hij stelt daarin vast dat de steeds groter wordende inkomens- en welvaartskloof tot schadelijke binnenlandse en (en zelfs) internationale conflicten leiden. Dit alles verzwakt Amerika. Amerika staat op een tweesprong, stelt Dalio vast: ofwel we herontwikkelen het systeem zodat de taart beter verdeeld wordt. Ofwel we doen dat niet, en dan is de kans op ‘een revolutie groot, die bijna iedereen zal schaden en de taart zal doen krimpen.’ Je zou zeggen: ‘we weten het.’

Maar in de praktijk verandert er niets. Ook dit is logisch, stelt Reich vast: de toenemende dominantie van geld van de superrijken zou minder een probleem zijn als hun houding dezelfde was als die van de meeste andere Amerikanen. De macht van Democratische miljardairs zou dan vermoedelijk de macht van Republikeinse miljardairs in evenwicht brengen. Maar in werkelijkheid hebben de rijken heel andere prioriteiten dan de gemiddelde Amerikaan. En dus kan Dalio aan de ene kant helder analyseren dat het ‘mis’ gaat, maar aan de andere kant de status quo net zo hard blijven bewaken.

Hoe dat komt?

Nou, simpel, aldus Reich: de meeste aandeelhouders van grote bedrijven zijn nogal dwingend van aard. Hun primaire belang heet winst. En de gemakkelijkste manier om aandeelhouderswaarde te verhogen (en zo de winst op te schroeven) is door lonen laag te houden en overal ter wereld steeds goedkopere plaatsen te vinden om producten en diensten te produceren. Door vakbonden te bestrijden. En last but not least: door stelselmatig belastingverlagingen te bewerkstelligen.

Met als gevolg dat er steeds minder geld is voor onderwijs, gezondheidszorg en al het andere dat de meeste Amerikanen nodig hebben.

Het alternatief: why democracy will prevail

Reich biedt aan het einde van zijn boek ook lichtpuntjes. In 2018 hebben 18 staten het wettelijk minimumloon verhoogd en is een record aantal vrouwen, mensen van kleur en LGTBQ+ kandidaten verkozen. Dat doet recht aan de toenemende diversiteit van Amerika, waar nu al de meerderheid van alle Amerikanen onder de 18 jaar ‘ethnically Latino, Asian or Pacific Islander, African American, or bi- or multiracial’ is. Binnen tien jaar tijd is dat een feit voor alle Amerikanen onder de 30 jaar. Die toenemende diversiteit, die moet Amerika de goede kant op duwen, zo hoopt Reich.

Aan goede beleidsideeën ontbreekt het niet: Medicare for All, een Green New Deal, een voorstel voor belastingheffing over de vermogens van de één procent superrijken. Maar dat gaat niet vanzelf.

Maar, zo stelt Reich vast: stevige hervormingen zijn nodig. Dat lukt alleen als er een stevige, bonte coalitie ontstaat. Met een mix van collectieve actie en burgerbetrokkenheid. Om zo samen beleidsveranderingen vorm te geven die prioriteit geven aan het ‘welzijn van velen boven het voorrecht van weinigen.’

Met zijn boek The System: Who Rigged It, How We Fix It wil Reich lezers inspireren om een actieve rol te spelen bij het hervormen van het Amerikaanse politieke en economische landschap. Hij pleit voor het herstel van oude Amerikaanse waarden, voor nieuw beleid dat eerlijkheid en rechtvaardigheid herstelt. En alhoewel de stijl van het boek vooral van frapper toujours getuigt, schrijft Reich een tot nadenken stemmende schets van een land. Een land waarvan ook anderen zich afvroegen of mensen zich er nog wel thuisvoelen (zie bijvoorbeeld: Hochschields Strangers in their own land).

Een land dat zichzelf écht de vraag moet stellen: hoe blijven wij een fatsoenlijk land?

Meer weten? Meer lezen?