‘Elke regio telt’ - maar hoe maak je dat waar?

Het gaat pas goed in Nederland, als het overal in ons land goed gaat. Dat is helaas niet het geval.’ Zo opent de kabinetsreactie op adviesrapport 'Elke regio telt!' Om te zorgen dat het wel goed gaat, zet het Rijk in op ‘brede welvaart’ als beleidsinstrument. ‘Een mooi, rechtvaardig begrip. Maar hoe hanteer je het?’

Mensen naast het bord van een Plukgelukveld
Beeld: ©ANP / Hollandse Hoogte / GinoPress
Over brede welvaart gesproken: in Aarle-Rixtel (Noord-Brabant) zijn voor het derde jaar op rij ‘plukgelukvelden’ ingezaaid en kunnen inwoners deze zomer volop eigen plukboeketten samenstellen.

Hanke Bruins Slot zei het al eerder dit jaar in de Overheid van Nu-podcast Actieagenda Sterk Bestuur I: ‘Elke regio telt! is écht een goed rapport.’

Elke regio telt! - met als ondertitel: Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio’s - is het gezamenlijke rapport van drie adviesraden: de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (Rli), de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).

Heel kort samengevat is de analyse in het rapport: de overheid trok zich de afgelopen decennia terug uit de regio’s rondom de Randstad. Terwijl in de centrale regio’s werd versterkt wat al sterk was, werden in de grensregio’s de voorzieningen verwaarloosd en voelden inwoners zich steeds meer in de steek gelaten door de overheid. Weliswaar heeft het Rijk de laatste paar jaar al ingezet op programma’s als Regio’s aan de grens en Regio Deals. Maar het ontbreekt nog aan langjarige inzet en een eensluidende visie. De centrale aanbeveling luidt: overheid, zet structureel in op het bevorderen van brede welvaart in de regio’s.

Wat is brede welvaart ook alweer

Joks Janssen, mede-initiatiefnemer van het Nationaal Netwerk Brede Welvaart, zei eerder dit jaar op Overheid van Nu:

'Brede welvaart gaat in de kern over de kwaliteit van leven. Juist die is voor elke burger anders. Gezondheid en sociale contacten spelen vaak een belangrijke rol, maar ook inkomen en baanzekerheid. Dat laatste is het economische stukje van brede welvaart. Maar brede welvaart gaat net zozeer over de kwaliteit van voorzieningen in de buurt. Of over een fijne, schone en veilige woonomgeving. De kwaliteit van leven is mede afhankelijk van de kwaliteit van iemands leefomgeving.

Hoewel overheden niet altijd direct invloed hebben op iemands kwaliteit van leven, kunnen ze via bijvoorbeeld het ruimtelijk- en duurzaamheidsbeleid wel direct de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloeden. Dus als je het over brede welvaart hebt, vraag je je ook af wat je eraan kan doen om de kwaliteit van iemands leefomgeving te verbeteren.'

Omarmd

In de kabinetsreactie die op 12 juli naar de Tweede Kamer werd gestuurd, vijf dagen na de val van het kabinet, omarmt het kabinet het signaal van de adviesraden.

De drie hoofdaanbevelingen uit het rapport zijn het ‘vertrekpunt voor het vervolgtraject dat het Rijk samen met medeoverheden en maatschappelijke partners wil inzetten’. Dit zijn ze:

  1. Herijk de reguliere beleids- en investeringslogica van het Rijk;
  2. Investeer in langjarige programma’s voor regionaal-economische ontwikkeling;
  3. Werk aan een vitale relatie tussen de regio en de Rijksoverheid.

’Het signaal dat van het rapport uitgaat is omarmd; er is nog een berg werk te verzetten om echt het verschil te maken’, zegt Geert de Joode, programmamanager die namens BZK betrokken is bij het vervolg. Samen met Saskia Franssen, programmamanager Regio’s aan de Grens bij BZK, en collega Marieke Meijer, zijn zij de ‘penvoerders’ van de kabinetsreactie.

Er moet een concrete kanteling komen naar het brede welvaartsperspectief. “Daaruit volgt dat je brede welvaart verankert in het beleid en de begrotingssystematiek” zegt De Joode. ‘Ik vind brede welvaart een mooi begrip, het draagt een zekere rechtvaardigheid in zich. Maar het is ook een ingewikkeld begrip. Wat versta je er precies onder? Definiëren is moeilijk. Het vraagt om een balans tussen een generieke aanpak en tegelijkertijd meer maatwerk. Je kijkt niet alleen naar de geografische verschillen tussen regio’s, je moet ook binnen die regio’s kijken naar de verschillen tussen inwoners.

Rijk en de regio moeten nu het gesprek voeren over de beweging die nodig is. Dat is eigenlijk de kern van de uitdaging. Daarna moet je het hanteerbaar en bruikbaar zien te maken om waar nodig het beleid bij te stellen. Een quick fix is er niet. Dit proces heeft tijd nodig.’

‘Brede welvaart in de begrotingssystematiek van de Rijksoverheid verankeren, wordt nog nergens ter wereld gedaan - Nederland pioniert’

Instrumentarium

Dat brede welvaart ingewikkeld is, wordt ook geïllustreerd door het meerjarenprogramma dat het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) in 2021 op verzoek van de Tweede Kamer startten. Opdracht is uit te vinden hoe het perspectief van brede welvaart sterker kan worden verankerd in de begrotingssystematiek van de Rijksoverheid. Daartoe moet een analyse-instrumentarium worden ontwikkeld ‘dat vanuit een brede welvaartsperspectief vooruitkijkt naar toekomstige effecten van beleid’.

In 2022 gaven de planbureaus in hun voortgangsrapportage aan dat het ontwikkelen van dat analyse-instrumentarium erg complex is. ‘Het vraagt om een zorgvuldige aanpak en is daardoor tijdrovender dan eerder verwacht. Dit wordt nog nergens ter wereld gedaan. Nederland pioniert’, zeiden de CPB-onderzoekers.

Inmiddels heeft ook het Nationaal Netwerk Brede Welvaart (zie kader) zich aangesloten om aan brede welvaart de handen en voeten te geven waarmee het kan passen in de begrotingssystematiek.

‘We hebben als ambtelijk apparaat nu even tijd om de koppen bij elkaar te steken’

Val kabinet

Heeft de val van het kabinet nog invloed op dat proces? De Joode: ‘Zeker, alleen al omdat we nu veel eerder dan gepland zullen moeten gaan werken aan de voorbereiding van de formatie. En het is afwachten hoe het volgende kabinet tegen het vraagstuk aan kijkt, alhoewel het breed leeft. Minister Bruins Slot vindt het onderwerp erg belangrijk en blijft zich er in deze demissionaire periode voor inzetten.

De val van het kabinet werkt ook een beetje als blessing in disguise. We hebben nu als ambtelijk apparaat even tijd om de koppen bij elkaar te steken. Aan het eind van de zomer komen we als departementen en medeoverheden samen om afspraken te maken over de uitwerking. Hopelijk kunnen we samen de inzet richting formatie vormgeven en lukt het ons de bakens te verzetten.’