Ambtelijk vakmanschap-1: ‘Ik merk dat ik radicaliseer’

Het klinkt misschien wat wonderlijk, maar: ambtelijk vakmanschap is hot. Onder invloed van beleidsdossiers waarin het misging – zie de Toeslagenaffaire en de gaswinning in Groningen – groeit onder ambtenaren de interesse voor vragen als: wat houdt mijn vak nou eigenlijk in? Voer ik alleen maar uit wat de politiek dicteert? Maak ik ook zelfstandig een afweging? Doe ik wel het goede als ik dit beleid uitvoer? Erik Pool en Thijs Jansen reflecteren.

Erik Pool
Beeld: ©Patrick van den Hurk
Erik Pool: ‘Als individu is het niet meer mogelijk om de trend te keren. Maar als collectief misschien wel.’

Begin oktober bracht stichting Beroepseer het boek ‘Het recht op ambtelijk vakmanschap’ uit. Een veelzeggende titel, want dat recht is in het geding, vinden de auteurs, waaronder (ervarings-)deskundigen zoals Arre Zuurmond, Reinier van Zutphen, Erik Pool, Marlies van Eck, Guido Enthoven, Meike Bokhorst en Thijs Jansen. 

Kort gezegd dient de hedendaagse rijksambtenaar in hun optiek alleen – of in ieder geval te eenzijdig – de bewindspersoon. Terwijl de ambtenaar, als beleidsmaker, uitvoerder en toezichthouder, het recht en de plicht moet hebben om meer groepen te dienen. Hij moet namelijk net zo goed burgers, volksvertegenwoordigers en ambtenaren zelf dienen. 

Je kunt als ambtenaar in het democratisch en rechtsstatelijk bestel je rol dus alleen optimaal vervullen als je je op alle vier de groepen richt. Zo voorkom je meteen dat burgers het slachtoffer worden van beleid zoals dat ouders en Groningers de afgelopen jaren overkwam.   

Overheid zonder geheugen

Thijs Jansen is directeur van de Stichting Beroepseer en geestelijk vader van ‘Het recht op ambtelijk vakmanschap’. In een recent interview lijkt hij de vinger op de zere plek te leggen als het gaat om de vraag waarom dat ambtelijke vakmanschap zo in het geding is. 

Jansen constateert dat er vanuit de samenleving een enorme behoefte is aan gezagdragers. Aan mensen die op een gezaghebbende manier zeggen: “Daar gaan we heen”. Of: “We gaan het zo doen, om die en die redenen en dat pakken we zo aan”. Het gaat om duidelijkheid over hoe je macht uitoefent, en waarom.

Alleen, wat Jansen betreft zijn dat gezag en die beleving van macht er in Nederland, anders dan in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland, niet. In Frankrijk is machtsuitoefening vanuit een positie veel normaler. Het ambtenarenapparaat heeft het daar veel meer voor het zeggen en heeft daar ook veel meer status. In Nederland is het meewaaien met trends omdat er geen klasse is of beroepsgroep van ambtenaren die echt weten waar zij voor staan.

Jansen: ‘Bij onze overheid is er geen geheugen en is de omloopsnelheid gigantisch. Er zijn veel ambtenaren die zich bijvoorbeeld bezighouden met zorg. Zij zitten dan een tijdje op het dossier van de apotheker, en dan gaan ze verder bij Landbouw, naar een ander ministerie om werkervaring op te doen. Er is geen institutioneel geheugen.’ 

Je zou willen, zegt Jansen, dat een overheid ondersteund wordt door een breed, goed geschoold team van ambtenaren met veel geheugen, die nadenken en weten: dit werkte niet. De volgende keer gaan we het op een andere manier doen.

Hierover en over andere aspecten van ambtelijk vakmanschap praat Thijs Jansen op 2 november in discussieprogramma De Tussenruimte, dat zich dit seizoen richt op het thema ‘Mens-zijn in een ontzielde systeemwereld’.

'Je kunt een, twee keer tegenspreken, maar dan word je overgeplaatst', tekende Erik Pool op uit de mond van een topambtenaar

Afhankelijk van de macht

Eerder was in De Tussenruimte Erik Pool te gast. Hij is programmadirecteur Ethiek en Dialoog bij de rijksoverheid. Naar aanleiding van de toeslagenaffaire kreeg hij de opdracht om met een team van tien mensen het gesprek over ethiek binnen de rijksdienst aan te zwengelen. Daarnaast schreef hij het boek ‘Macht en Moed. Ambtelijk vakmanschap en de kunst van het tegenspreken’.

Ook Pool vindt dat het aan leiderschap en gezag ontbreekt in de politieke en ambtelijke top. Pool: ‘De premier vindt het logisch dat hij over zichzelf zegt dat hij is besteld om problemen op te lossen. Ik denk dat een premier is besteld om het land te leiden. En dat is iets anders dan problemen oplossen.’ 

Volgens Jansen en Pool werkt dit gebrek aan ethiek en gezag in de top dus door in de denk- en werkwereld van de ambtenaar. En als die ambtenaar dan ontwaakt en lastige vragen wil stellen, wordt hem dat heel moeilijk gemaakt, zegt Pool. ‘Als je wil tegenspreken in het belang van de rechtsstaat of op basis van zijn ethisch gevoel, moet je je realiseren dat je voor je positie afhankelijk bent van de macht.’ 

Je kunt een, twee keer tegenspreken, maar dan word je overgeplaatst, tekende hij op uit de mond van een topambtenaar.

Radicaliseren

 Pool zegt op een bepaald moment: ‘Ik moet misschien een bekentenis doen. Namelijk dat ik aan het radicaliseren ben.’

Dat komt, vertelt hij, voort uit alle gevoerde gesprekken en alle pogingen tot dialoog. Die zijn niet voldoende om de dingen te corrigeren Ze bieden onvoldoende tegenkracht en het duurt te lang. Pool wil weg van de eenling die misschien tien keer tegenspreekt en zijn punt maakt, maar dan besluit dat het genoeg is en vertrekt. 

Hij verwacht meer van collectief optreden als afdeling, als managementteam, als directie, als directoraat-generaal, als departement, of zo groot als je wil. ‘Als individu is het niet meer mogelijk om de trend te keren. Maar als collectief misschien wel.’ Dat organiseren is wel een grote uitdaging. 

Voordat je in dat stadium terechtkomt, en even iets kleiner gedacht op het niveau van het dagelijkse werk, is het van belang dat je als team doordenkt wat echt je klus is, zegt Pool. Wat zijn de grenzen? Wat is oké en wat niet? En hoe maken we daar dan werk van? ‘Die manier van denken moet je opnemen in je werkproces.’

Vrijdag deel 2 van dit tweeluik over ambtelijk vakmanschap. Dan over het lef van topambtenaren om op te houden met fluisteren en de microfoon te pakken.