Samen leren struikelen om de klimaatdoelen te behalen

Het vinden van een gemeenschappelijke taal. Fouten durven maken. Managen van onzekerheid. Zo maar wat begrippen, die bij een gemiddelde cursus projectmanagement ongetwijfeld aan de orde komen. En min of meer vanzelfsprekend zijn: immers, een project of programma valt nu eenmaal lastig in een blauwdruk te gieten. Als we het over transities hebben, dan geldt dat des te meer. Toch willen we dolgraag grip krijgen op die transities. Willen we handelingsperspectief. Willen we een blauwdruk. Wat nu wel, en ook wat nu eigenlijk niet kan in transities, dat weten Ilonka Marselis en Kevin Herweijer. Alle reden om hen te vragen, waarom het beeld van ‘samen leren struikelen’ nu juist iets positiefs is.

©emma

Ilonka Marselis was nog niet zo lang geleden onderzoeker bij DRIFT. Daar hield ze zich vooral bezig met de warmtetransitie. Een klein jaar werkt ze nu als beleidsmedewerker bij de VNG aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Kevin Herweijer op zijn beurt is projectleider bij het ministerie van EZK en LNV. Hij maakt onderdeel uit van de projectleiderspool van beide ministeries. En is momenteel verbonden aan het nationale programma Infrastructuur duurzame industrie. DRIFT geeft op 17 mei een masterclass transitiemanagement, die Ilonka Marselis heeft geïnitieerd. Alle reden om hen te spreken over dat lastige begrip transitie. En naar de manieren waarop die verschillende overheidslagen samenwerken aan de warmtetransitie.  

Om maar met de deur in huis te vallen: hoe kijken jullie naar (interbestuurlijk) samenwerken tussen overheden in relatie tot de warmtetransitie?

Ilonka Marselis neemt een aanloopje: ‘nou, om maar eens met het begrip ‘transitie’ te beginnen. Het kenmerk van een transitie is natuurlijk, dat alles als het ware constant in beweging is, of lijkt.’ Ze schetst de context, waarin de warmtetransitie nu aan het plaatsvinden is. Een speelveld, waar veel meer onzekerheden, dan zekerheden te vinden zijn. Waarbij zowel het Europese, het landelijke, het regionale en het lokale niveau ertoe doet. Terwijl er ook, doordat iedereen het Klimaatakkoord ondertekend heeft, een duidelijk einddoel gesteld is. Maar waarbij bijna iedere ‘actor’ in dat speelveld zich nog aan het bezinnen is op de eerste stappen: ‘zo’n setting vraagt om een intensieve samenwerking tussen alle overheden. Dat kan niet anders.’

Hoe gaat dat dan, die samenwerking tussen de overheden?

‘Dat gaat goed!’ zo stellen beiden vast. De lijntjes van en naar de verschillende overheidslagen zijn kort. Interbestuurlijke samenwerking betekent natuurlijk niet dat we alles samen hoeven doen. Als iedereen zijn eigen rol goed vervuld, én elkaar goed weet te vinden, dan gaat er al veel goed: ‘dat gebeurt nu al heel veel, dat is dagelijkse kost, verduidelijkt Marselis.

De logische voorwaarde van leren is fouten durven en kunnen maken

Herweijer: ‘Het Klimaatakkoord is natuurlijk een belangrijk ijkpunt: maar tegelijk vraagt iedereen zich nu af, wat dat concreet voor je eigen organisatie betekent. En hoe je dan je ‘eigen rol’ in kan vullen.’ Dat is complex. Maar die complexiteit, en het niet zeker weten, dat is tegelijkertijd ook zo kenmerkend voor transities, zo stellen Marselis en Herweijer vast: ‘wat mooi is: door dat Klimaatakkoord willen we uiteindelijk allemaal hetzelfde. Alleen weten we nog niet zo goed, hoe.’

Wat is nu eigenlijk de kern van een transitie? En waarom vinden we het omgaan met transities zo lastig?

‘Misschien omdat we eigenlijk graag grip willen krijgen op transities, zo stellen Marselis en Herweijer vast. Toch is ‘grip krijgen’ nu juist lastig, om niet te zeggen ‘onmogelijk’: ‘Hét kenmerk van transities is, dat zo’n set aan gebeurtenissen zich niet laat managen’, zo legt Marselis uit. Sterker nog: een transitie kan je definiëren als een lange periode, waarin tegelijkertijd processen van opbouw én afbraak plaatsvinden, een periode die zowel chaotisch als disruptief is. Wel weten we inmiddels uit ervaring, dat er een aantal kenmerkende principes optreedt als we ‘in transitie zitten.’ De onderliggende dynamiek en patronen van een transitie zijn vervat door onderzoeksbureau DRIFT in de zogenoemde x-curve.

x curve DRIFT
De x-curve

Als we vanuit die x-curve kijken naar ‘de staat van de warmtetransitie’, dan ontstaat er zicht op mogelijke strategieën en het identificeren van kansen. Dat is ook wat we in de masterclass zullen gaan doen. In die masterclass zullen vragen centraal staan als: ‘Waar’ staat de transitie nu? Waar in de transitie ben je zelf met name actief? Wat heeft de transitie nu nodig? Welke rol zou jij daarin kunnen of willen spelen? De X-curve biedt dus een zinvol kader om te reflecteren op zowel je eigen rol, als op die van de andere partners uit het interbestuurlijk programma.

De één schrikt van onzekerheid, de ander ziet juist de creatieve mogelijkheden

Zijn er eigenlijk speciale vaardigheden voor nodig om met transities aan de slag te gaan? Op persoonsniveau, bijvoorbeeld? Maar bijvoorbeeld ook op organisatieniveau?

Allereerst is het zaak dat we aanvaarden dat 'je aan het leren bent.’ Als project- of beleidsmedewerker. Maar, belangrijker nog, dat je ook als organisatie aan het leren bent. Als je dus daadwerkelijk aan het leren bent, dan zou het ook logisch moeten zijn dat je de belangrijkste voorwaarde van leren accepteert: dat je, terwijl je aan het leren bent, dus ook fouten maakt. Toch ligt fouten maken in een politiek-bestuurlijke setting gevoelig. En dat zorgt er deels voor, dat we omgaan met transitionele processen lastig vinden. Maar, zo beklemtonen Marselis en Herweijer: ‘de logische voorwaarde van leren is fouten durven, kunnen en misschien wel moeten maken.’ Eigenlijk ben je dus telkens weer samen aan het leren ‘hoe je vooruitstruikelend het einddoel gaat halen’, zo constateert Herweijer. ‘Dat gegeven, dat vraagt wat van alle medewerkers en het vraagt onderling vertrouwen tussen de overheden en tussen inwoners en overheid. Zowel op persoonlijk als op organisatorisch niveau.’

We kunnen dus slecht omgaan met fouten en onzekerheden, dat is wat jullie stellen?

Instemmend geknik. Als je met een transitie aan de slag gaat, dan ben je bij voortdurend met onzekerheden aan het werk. Met zaken, die anders gaan dan je wellicht zou verwachten. Dat vergt veel van jou als persoon, zo is zowel Herweijer als Marselis (ook in hun eigen praktijk) opgevallen. Hoe je reageert op onzekerheid, dat verschilt van persoon tot persoon, zo stellen ze beiden vast: ‘de een schrikt van onzekerheid’, stelt Marselis vast. ‘En een ander ziet nu juist de creatieve mogelijkheden’ vult Herweijer aan. Het een is overigens niet beter dan het andere, constateren ze allebei. Feit is, dat je van elkaar moet horen én weten dat er 'geleefd wordt in onzekerheid'. Alleen al die constatering, die helpt. En dat helpt weer om het tweede doel van de masterclass goed onder de aandacht te brengen: het ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal, die geënt is op de warmtetransitie. Zodat er een collectief en gedeeld beeld ontstaat over de transitiedynamieken die spelen.

Je moet zelf geloven dat je een klein beetje verschil kunt maken

Tot slot: Wat hopen jullie dat het webinar op 17 mei gaat doen voor de samenwerking in de warmtetransitie?

Allereerst dat we met elkaar kunnen werken aan die gemeenschappelijke taal, zo vertelt Marselis. Daarnaast willen we ook met de deelnemers werken aan het formuleren van een aantal concrete handvatten, die het sturen binnen een context die constant in beweging is, vergemakkelijkt.

De uitsmijter: wat wil je dat écht blijft hangen?

Misschien wel dat je, alhoewel je een eenling bent, toch altijd ook invloed hebt, meent Marselis. Ze wil maar zeggen: een duwtje geven in de goede richting geven, dat kan altijd. En, zo vult Herweijer aan: dat begint er dus mee, dat je dus allereerst zelf moet geloven dat het kan: dat je een klein beetje verschil kan maken.

Voor wie? Deze masterclass wordt aangeboden aan ambtenaren van de relevante ministeries, de medewerkers van VNG, IPO en de Unie en aan ambtenaren van gemeenten, waterschappen en provincies, die werken aan de warmtetransitie in de gebouwde omgeving.

Door wie? De masterclass wordt gegeven door onderzoeksbureau DRIFT. Deze masterclass wordt (gratis) aangeboden door het Interbestuurlijk Programma. 

Praktische info: meer informatie en het inschrijfformulier zijn hier te vinden. De masterclass vindt plaats op maandagmiddag 17 mei van 14:00 tot 17:00.