Zo hielp gemeente Rijswijk 240 mensen aan een betaalde baan

‘De afgelopen vier jaar zijn er alleen al in Rijswijk 240 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een betaalde baan geholpen’, vertelt wethouder Larissa Bentvelzen van de gemeente. ‘Natuurlijk kan het altijd beter, maar dit is toch al wel iets om trots op te zijn.’

Portretfoto
©Remy van Kranendonk
Wethouder Larissa Bentvelzen

In 1 minuut:

  • Social Return on Investment (SROI) is één van de manieren om maatschappelijke waarde en/of sociale impact te realiseren bij inkopen.
  • Gemeente Rijswijk trekt hier in regioverband op. Dit biedt eenduidigheid.
  • Zo realiseren ze jaarlijks dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een baan vinden.
  • Vanwege het succes wil de regio nog meer inzetten op Social Return.

Verantwoordelijk voor het succes is Social Return. Overheid van Nu spreekt met wethouder Larissa Bentvelzen en projectmanager Iris Rense. Zij vertellen onder meer over het geboekte resultaat binnen het regioverband H4, waarin de gemeenten Rijswijk, Delft, Westland en Midden-Delfland samenwerken.

Social Return on Investment (SROI) is één van de manieren om maatschappelijke waarde en/of sociale impact te realiseren bij inkopen. In de praktijk betekent dit dat de gemeente Rijswijk een contracteis opneemt in de opdracht. Dit houdt in dat de opdrachtnemer (aannemers/leveranciers) een bepaald percentage van de opdrachtwaarde investeert in het leveren van een bijdrage bij het terugdringen van de werkloosheid voor mensen die verder van de arbeidsmarkt staan. 

Een startkwalificatie maakt het verschil op de arbeidsmarkt

De regionale overeenkomsten bieden kansen in de samenwerking voor gemeenten om goede afspraken te maken over de invulling van de SROI. Bentvelzen: ‘Met het regionale beleid kunnen we meer eenduidigheid bieden. Dat maakt het voor zowel voor werkzoekenden als onze opdrachtnemers makkelijker om elkaar te vinden. Door samen op te trekken boeken we dus meer succes.’

‘Werkzoekenden die verder van de arbeidsmarkt staan hebben meer in hun mars dan vaak wordt gedacht’

De opdrachtnemers waar Social Return wordt toegepast zijn bijvoorbeeld bouwbedrijven en zorginstellingen. Rense: ‘Omdat de doelgroep waar Social Return voor bedoeld is verder van de arbeidsmarkt staat is het belangrijk in samenwerking met de opdrachtnemer creatief na te denken hoe de afstand van de werkzoekende tot de arbeidsmarkt verkleind kan worden. Dat kan bijvoorbeeld door middel van praktijkleren, een nieuwe methode waarin de werkzoekende praktijkervaring kan opdoen in de sector waar veel vraag is en daarbij ook een startkwalificatie kan behalen. Het gat met de arbeidsmarkt kan voor deze werkzoekende dan verkleind worden. In samenwerking met het onderwijs wordt er praktisch gekeken wat er nodig is om reguliere functies uit te kunnen voeren.’

Ook zijn er andere methoden die goed werken. Als de SROI invulling niet middels werkgelegenheid kan worden ingevuld kan het door middel van maatwerk en sociale projecten. ‘Denk daarbij aan tuinen opknappen of het begeleiden van bloemschikken voor mensen met een beperking.’

‘Wat ik zelf ook leuk vind, is dat sommige opdrachtnemers vooraf vaak de voorwaarde lastig vinden. Maar achteraf komt het vaak voor dat opdrachtnemers er anders tegenaan kijken. Niet alleen uitgaan van het CV is daar een belangrijk punt. Werkzoekenden die verder van de arbeidsmarkt staan hebben meer in hun mars dan vaak wordt gedacht. Dat zien de werkgevers dan in.’

‘Zowel werkgevers als werkzoekenden hebben hier immers uiteindelijk profijt van!’

Logo social return met een duimpje

En de toekomst van Social Return?

‘Het is een absoluut succes. Eén van de ambities is om Social Return nog steviger toe te passen bij inkopen. We hebben nu ook de afspraak gemaakt dat als Social Return niet wordt toegepast, we handhaven op het bedrag wat open blijft staan. In de praktijk kan dat een terugvordering of het inhouden van nog te betalen facturen betekenen. We kunnen er zo voor zorgen dat het ten goede komt aan de doelgroep,’ vertelt Bentvelzen.

Het moet een prikkel voor werkgevers zijn om hun steentje bij te dragen, vindt de wethouder. ‘Zowel werkgevers als werkzoekenden hebben hier immers uiteindelijk profijt van!’