Leestip: Regionaal maatschappelijk onbehagen

Het gevoel van maatschappelijk onbehagen groeit, vooral onder inwoners van zogeheten perifere regio’s. Dat concluderen onderzoekers Caspar van den Berg en Annemarie Kok, beiden verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. De bestuurlijke hoofdpijndossiers rondom de Boerenprotesten, Groningse aardbevingen en de afgeblazen verhuizing van de Marinierskazerne naar Vlissingen illustreren dat het aantal mensen dat onbehagen ervaart is toegenomen. Overheid van Nu tipt het recent gepubliceerde onderzoeksrapport ‘Regionaal maatschappelijk onbehagen’.

straatbeeld van een dorp met een supermarkt en een kerk
©Ministerie van BZK

‘Vergeten’ plekken

Waar begin van deze eeuw vooral de inwoners van de steden ontevreden waren, zijn het de afgelopen vijf jaar de inwoners van perifere regio’s die een gevoel van onbehagen ervaren. Dat herkennen de onderzoekers aan drie dingen: inwoners van perifere regio’s hebben een lager vertrouwen in nationale instituties, perifere gebieden kennen een lagere opkomst bij verkiezingen en de ‘perifere proteststem’ groeit. 


En dat gevoel van onbehagen blijkt gegrond te zijn: er zijn inderdaad een aantal ‘vergeten’ plekken in Nederland waar zowel de brede als de smalle welvaartsontwikkeling niet gelijk opgaat met het Nederlandse gemiddelde. 


Hoe komt dat dan? De onderzoekers onderscheiden drie dingen die van invloed zijn. In de perifere regio’s is vaak sprake van bovengemiddelde werkeloosheid en een lagere levensverwachting. Daarnaast kan het onbehagen veroorzaakt worden door een specifieke situatie, zoals het wegvallen van een bepaalde bedrijfstak, aardbevingen, de komst van een asielzoekerscentrum of een hoge mate van ondermijnende criminaliteit. Ten slotte kan het gevoel van ‘niet meetellen’ ten grondslag liggen aan het gevoel van onbehagen. Inwoners voelen zich niet gehoord en gezien door ‘Den Haag’, waardoor het gevoel heerst dat de welvaart dreigt te verslechteren, in vergelijking met andere regio’s. 
 

Regionale samenwerking en maatschappelijke problemen

Regionale samenwerking is de laatste jaren sterk toegenomen, met als doel maatschappelijke problemen slagvaardig en democratisch gelegitimeerd aan te pakken. Door de toename van het aantal regionale samenwerkingsverbanden zijn er binnen het openbaar bestuur sturingsproblemen ontstaan. De onderzoekers stellen dat het de moeite waard is om verder te onderzoeken of de provincie een duidelijkere rol kan vervullen in het bestuurlijk stelsel. 

Juist de provincies Friesland, Groningen, Drenthe en Zeeland zouden zo’n rol kunnen vervullen, omdat in deze gebieden regionale samenwerking op dezelfde schaal als de provincies plaatsvindt. Provincies zijn beter in staat de integraliteit van het beleid voor een bepaald gebied in het oog te houden en om overzicht over verschillende opgaven en lopende programma’s te houden, waardoor problemen effectiever aangepakt kunnen worden.


De onderzoekers doen een oproep aan politici, bestuurders en ambtenaar. Zorg dat burgers weten waar ze aan toe zijn door specifieke opgaven van een gebied in beeld te hebben, publieke erkenning te geven aan deze opgaven en een gebiedsgerichte (in plaats van opgavegerichte) aanpak te hanteren om de regionale brede welvaart te verhogen.  Om dit advies te realiseren moeten politici, bestuurders en ambtenaren Nederland ook gaan zien als ruimtelijke gemeenschap en niet slechts als politieke gemeenschap. Van cruciaal belang is ten slotte dat ambtenaren een goed beeld hebben van wat er leeft in de samenleving. 

Het hele rapport is hier te lezen