Een Excelbestand om belemmerende regels weg te nemen

Niet zeuren, maar doen. Zoiets moeten ze in Twente gedacht hebben, toen ze besloten om alle wetten en regels in kaart te brengen die kringlooplandbouw in de weg staan. We vroegen initiatiefnemer en wethouder Martha van Abbema hoe dit is bevallen. Helpt het om de belemmeringen weg te nemen?

Martha 2
©Overheid van Nu

In 1 minuut:

  • Van Abbema vertelt dat het bijzonder is om je als bestuurder zo specifiek met wetten en regels bezig te houden, maar dat ze juist daar het verschil kan maken.
  • Ze heeft vooral geleerd voor welke problemen we bij welke personen van welke overheid moeten zijn.
  • Met het IBP Vitaal Platteland werkt ze aan het verbeteren van dit soort wet- en regelgeving. Zo'n vehikel is volgens haar echt nodig om te zorgen voor structurele verbeteringen. Als deelgemeente krijg je dat niet voor elkaar.

Sinds 2016 is Van Abbema wethouder van Twenterand. Een ‘middelgrote plattelandsgemeente in het Oosten’. Aan de rand van Twente, zoals de naam de naam al doet vermoeden. Van Abbema is verantwoordelijk voor plattelandsontwikkeling, voorzitter van de Groene Metropool (portefeuillehoudersoverleg van plattelandwethouders in Twente) én voorzitter van het Interbestuurlijk Programma (IBP) Vitaal Platteland Twente.

Vanuit die rollen merkte ze keer op keer hoe belangrijk wet- en regelgeving is bij het verduurzamen van het platteland. Hoe is het mogelijk dat we het gras dat gemeenten maaien niet mogen gebruiken om de kwaliteit van landbouwgrond te verbeteren? Dat soort dingen kreeg ze boeren niet uitgelegd.

Ze besloot in actie te komen en nam het initiatief om met het IBP Vitaal Platteland Twente een overzicht te maken. In dit Excelbestand staan alle wetten en regels die kringlooplandbouw in de weg staan, met daarbij welke overheid daar verandering in kan brengen.

Van Abbema: ‘Het is bijzonder om je als bestuurder zo specifiek met wetten en regels bezig te houden. In het begin vroeg ik me vaak af waarom het nou zo moeilijk is om een simpele regel aan te passen. Het is een eye-opener hoeveel ambtelijk werk het kost om dit soort veranderingen voor elkaar te botsen. Maar ik merk dat we hier juist het verschil kunnen maken. Iets als de mestproblematiek kunnen we echt oplossen, als we de belemmeringen in de wet- en regelgeving weg kunnen nemen.’

In die proeftuinen loopt men tegen allerlei wet- en regelgeving aan die het onmogelijk maakt om een praktische oplossing verder uit te rollen

Kon je het niet langer aanzien?

Van Abbema: ‘Twente is een van de regio’s die te maken heeft met problemen als verdroging, mestoverschot, verarming van de bodem en verminderde waterkwaliteit. Om het mestoverschot aan te pakken hebben we de netwerkorganisatie Mineral Valley opgericht. Daarin zoeken we samen met verschillende overheden, ondernemers en maatschappelijke organisaties naar oplossingen voor een duurzame, toekomstbestendige landbouw. En uiteindelijk een circulaire landbouw.’
‘De kracht van Mineral Valley is dat die oplossingen in 40 proeftuinen worden uitgedacht en uitgeprobeerd. Maar in die proeftuinen loopt men tegen allerlei wet- en regelgeving aan die het onmogelijk maakt om een praktische oplossing verder uit te rollen. Daarom zijn we begonnen om die belemmerende wetgeving in kaart te brengen.’

Kan je ons een inkijkje geven in jullie Excel? Wat is een regel waar echt iets aan gedaan moet worden?

Van Abbema: ‘Mest is een duidelijk voorbeeld. We produceren een overschot aan mest, wat we met de huidige mestwetgeving niet kwijt kunnen op eigen grond. Mestvergisting is een goede oplossing daarvoor. Daarmee produceren we energie en de reststof daarvan – digistaat – kunnen we gebruiken als vervanger van kunstmest. We lossen dan en het overschot op en hebben minder kunstmest nodig, wat veel CO2 bespaart.’

‘In theorie een win-win situatie, zeker als je bedenkt dat we nu kunstmest importeren uit het buitenland. Alleen mag volgens de huidige regels digistaat niet gebruikt worden als mest. Want restproducten van mestvergistering gelden als afvalstof. Ik krijg dat een boer niet uitgelegd.’ 

‘Een ander voorbeeld is bermmaaisel. Een groot probleem is de gezondheid van onze bodem. Hoe gezonder de bodem, hoe vruchtbaarder, en bovendien kan een gezonde bodem beter wat vasthouden om overstromingen te voorkomen. Bermmaaisel kan goed worden gebruikt om dit op te lossen. In een van de proeftuinen wordt dit bermmaaisel vergist in zogenoemde Bokashi kuilen. Dat levert een organische stof op, die uitstekend kan dienen om de kwaliteit van landbouwgrond te verbeteren. Maar Bokashi mag niet teruggebracht worden op het land.’

Een vehikel als IBP hebben we echt nodig, want als deelgemeente krijg je dit niet voor

Helpt jullie overzicht om dit soort problemen op te lossen?

Van Abbema: ‘We hebben vooral geleerd voor welke problemen we bij welke personen van welke overheid moeten zijn. In het geval van het bermmaaisel moesten we bijvoorbeeld niet alleen bij het ministerie van LNV zijn, maar moet ook Europese wetgeving aangepast worden. En wij moeten als gemeenten in onze bestemmingsplannen ruimte maken voor Bokashi kuilen. Verschillende Twentse gemeenten gaan dit nu doen.’
‘Er zijn nog geen barrières weggenomen, maar door de barrières inzichtelijk te maken geven we wel een heel duidelijk signaal af en laten we zien dat we niet alleen naar het rijk en naar Europa moeten kijken, maar ook naar onszelf.’
‘En door Mineral Valley heeft Twente van LNV een pilotstatus gekregen, waardoor er in de proeftuinen ruimte is om oplossingen toe te passen die qua wet- en regelgeving nog niet mogen. Dat maakt het weer makkelijker om met een goede onderbouwing aanpassingen van regels voor te bereiden.’

Hoe gaan jullie nu verder?

Van Abbema: ‘We werken vanuit het IBP Vitaal Platteland programma aan het verbeteren van dit soort wet- en regelgeving. Er is een kopgroep met bestuurders van Twentse gemeenten, het waterschap Vechtstreken, de gedeputeerde landelijk gebied van Overijssel en een vertegenwoordiger van LNV.  Daaraan hangt een ambtenarengroep van dezelfde overheden.’

‘Een vehikel als IBP hebben we echt nodig, want als deelgemeente krijg je dit niet voor elkaar. Je hebt provincie en rijk echt nodig en die bereik je toch beter als je op zo’n manier georganiseerd bent. Ik maak me er wel zorgen over dat het IBP binnenkort ophoudt. Het blijkt heel waardevol om op regionaal niveau met vier overheidslagen aan concrete problemen te werken. Een oplossing ook daadwerkelijk realiseren duurt langer dan het IBP. We gaan er in Twente dus gewoon mee door! En we geven hiermee ook een krachtig signaal af richting kabinet om verder te gaan met een opvolger van het IBP!’