Vers van de pers: Eerder melden, minder achterstanden

Om mensen met betalingsachterstanden eerder te helpen, en erger te voorkomen, zijn in Delft verschillende partners op het gebied van wonen, water, energie en zorg een convenant aangegaan met de gemeente. ‘Het duurt gemiddeld 5 jaar voordat mensen met schulden de stap naar hulpverlening zetten’, legt projectleider Mariska Overgaag uit. ‘Daar gaan we wat aan doen met EMMA.’

De partijen bij de ondertekening van het convenant

In 1 minuut
In de rubriek Vers van de pers zoomt Overheid van Nu in op hoe je interbestuurlijke samenwerking tegenkomt in de actualiteit. Drie vragen staan centraal: Wat hebben jullie met elkaar afgesproken? Waar liepen jullie in de samenwerking tegen aan? En: hoe zijn jullie daarmee omgegaan?

Het project in een notendop

In convenant EMMA – eerder melden, minder achterstanden – hebben de partijen vorige week afgesproken dat achterstanden worden gemeld in een digitaal systeem (RIS Vroeg eropaf). Is er bij twee of meer partijen een achterstand? Dan zoekt het uitvoerende team van EMMA contact met de huishoudens. Dat team bestaat uit een maatschappelijk werker van Kwadraad en een schuldhulpconsulent van de Financiële Winkel van de gemeente Delft.

Zij krijgen een maand de tijd om contact te leggen met de huishoudens en samen naar een passende oplossing te zoeken. ‘We gaan mensen in een vroeg stadium actief benaderen en hulp aanbieden’, legt Overgaag uit. ‘Het doel is om de reguliere betalingen zo snel mogelijk te hervatten en een haalbare oplossing te zoeken voor de achterstand die is ontstaan.’ Lukt het, na drie pogingen, niet om in contact of tot actie te komen, dan wordt na die maand de reguliere incassoprocedure hervat.

‘Daarnaast willen we voorkomen dat mensen terugvallen in de problematiek. Daarom hebben we ook twee nazorgmomenten ingebouwd. Na zes weken en zes maanden kijken we of mensen langdurig uit de problemen zijn. Daar helpen de partners ook aan mee. Zij monitoren bijvoorbeeld of de betalingsachterstand wordt ingelopen en of er niet opnieuw betalingsproblemen ontstaan’, legt Overgaag uit.

Samenwerken gaat niet vanzelf

‘De ervaring leert dat partijen vroegsignalering belangrijk vinden, maar dat het sluiten van convenanten en samenwerkingsbanden veel tijd kost’, weet Overgaag. ‘Het begint al bij dat je de juiste mensen in de organisatie moet weten te vinden, die ook de nodige slagkracht hebben.’ En als je die mensen dan gevonden hebt, moet je hen ervan overtuigen waarom het project in hun belang is en uiteindelijk al die neuzen dezelfde kant op krijgen.

Wat het ook lastig maakt, is dat we op het randje zitten van wat nu wettelijk mag, als het gaat om het uitwisselen van persoonsgegevens. Gelukkig is er nu een voorstel gedaan voor een aanpassing van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daardoor is straks duidelijker wat er wel en niet kan als het gaat om het delen van gegevens ten behoeve van vroegsignalering van schulden.’

Zo is EMMA daarmee omgegaan

‘Wat ik inmiddels altijd doe, is een gezamenlijk overleg plannen met alle partners waarin ik in de agenda uitgebreid tijd inruim voor het bespreken van ieders belangen en verwachtingen bij het project.’ Dat heeft volgens Overgaag een paar belangrijke voordelen. Ten eerste ga je niet invullen wat anderen denken. ‘Dat weet je namelijk gewoon niet. Dus door die belangen en verwachtingen samen goed te bespreken, hoort iedereen elkaars kant van het verhaal ook. En dan kunnen we samen gaan bouwen en kijken waar we elkaar vinden. Zo kun je de neuzen dezelfde kant op krijgen.’

‘Wat je ook ziet, is dat partners elkaar overtuigen. Waar de een twijfels over heeft, heeft de ander dat helemaal niet, en andersom. Daarmee help je elkaar twijfels weg te nemen en lift je elkaar ook weer op.’

Daarbij monitort EMMA de resultaten. ‘In september komen we bij elkaar om de eerste resultaten te bespreken, en vanaf dan zien we elkaar elke tien weken. Op die manier houden we een open gesprek waarin we de resultaten kunnen blijven bespreken, ervaringen kunnen delen en kunnen bijsturen als we onze doelen niet halen. Het moet uiteindelijk namelijk wel werkbaar zijn voor iedereen.

'VGZ sloot zich na 5 minuten aan bij het convenant. Dat had ik nog nooit meegemaakt!'

‘Wat daarnaast heel erg helpt, is dat er landelijk steeds meer aandacht is voor het vroeg aanpakken van schulden. Je merkt gewoon dat het top of mind is. Mensen weten nu ook waar je het over hebt als je begint over vroegsignalering van schulden. Dat was vijf jaar geleden heel anders.’

Een mooi voorbeeld: ‘Gisteren heb ik met VGZ gesproken om hen ook aan te sluiten bij EMMA. Dat hele gesprek duurde maar vijf minuten. Ik legde uit wat we doen, zij zeiden direct: wij doen zoiets ook al in die-en-die gemeente, en dat willen we in Delft ook graag doen. Ik heb het convenant opgestuurd en omdat we een uniform format aanhouden, konden zij ook gelijk akkoord gaan. Zo snel heb ik het nog nooit meegemaakt’, lacht Overgaag.