In het kort: de Code Interbestuurlijke Verhoudingen

Op maandag 20 maart ondertekenden de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW) en, namens het kabinet, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Hanke Bruins Slot de Code Interbestuurlijke Verhoudingen (CIV). Wat houdt die code in?

Vier mensen poseren rondom de schildersezel met Code Interbestuurlijke Verhoudingen
Beeld: ©Taco van der Eb
Ondertekening van de Code Interbestuurlijke Verhoudingen.

Ondertekeningsmoment

Op maandag 20 maart kwamen vanuit alle windstreken leden van het openbaar bestuur bijeen in de imposante Stadsgehoorzaal van Leiden voor de Dag van het Bestuur. Voordat zij zich verspreidden over de zalen om naar verschillende verdiepingscolleges te luisteren en daarna op werkbezoek in de stad te gaan, kwam er in de grote zaal een schildersezel het podium opgereden.

Daarop een kaart van Nederland met in het midden een cirkel met de tekst ‘Code Interbestuurlijke Verhoudingen’. Voor het ondertekenmoment verzamelden zich de vier ondertekenaars rondom de schildersezel: Jan van Zanen (voorzitter VNG), Jaap Smit (voorzitter IPO), Rogier van der Sande (voorzitter UvW) en, namens het kabinet, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Hanke Bruins Slot.

Laatstgenoemde kreeg als eerste de gelegenheid om te tekenen. ‘In de code staat op welke manier we samen willen werken: schouder aan schouder,’ stelde ze. En daarna: ‘Ik sta mijn beurt af aan Jan van Zanen om als eerste te tekenen.’

Na van Zanens handtekening ondertekenden ook Bruins Slot, Smit en Van der Sande de code en beloofden zij zich eraan te houden. ‘We hebben geen VAR (video assistant referee, red.) bij deze code, dus het is aan onszelf om elkaar te blijven herinneren aan dit moment,’ zei Van Zanen. ‘We hebben elkaar meer dan ooit nodig,’ vulde Smit aan. ‘Het Huis van Thorbecke moet geen plek zijn met verschillende etages en onbereikbare vleugels. Er moet een groot bedrijfsrestaurant zijn, waar we elkaar tegenkomen en met elkaar in gesprek kunnen.’ Van der Sande verwoordde het beeldend: de verschillende overheden zouden zich niet afvragen wiens taak het is om te handelen als zij op een brug zouden staan en een kind in het water zouden zien vallen.

Wat is de CIV?

Maar wat is de CIV precies en hoe werkt de code? De Code Interbestuurlijke Verhoudingen maakt onderdeel uit van de actieagenda Sterk Bestuur, een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om de samenwerking met medeoverheden te verbeteren door onder meer te letten op de uitvoerbaarheid van toebedeelde taken.

De CIV bevat een set van afspraken die de omgangsvormen vastleggen van hoe (mede)overheden – rijk, provincies, gemeenten en waterschappen – goed met elkaar omgaan. In een wereld waarin opgaven steeds complexer worden en niet meer door een enkele bestuurslaag zijn op te lossen, wordt sterke interbestuurlijke samenwerking steeds belangrijker.

Eén overheid

In 2004 is er voor het eerst een CIV vastgelegd, de nieuwe code is daarvan een update. Waar de gedachte rond 2004 was dat het rijk en iedere provincie, gemeente en waterschap zijn eigen verantwoordelijk heeft en elkaar vooral niet in de weg moeten zitten, staat de nieuwe code vooral in het teken van één overheid. Die gedachte gaat uit van een gelijkwaardig partnerschap tussen de verschillende (mede)overheden, al kan het rijk andere overheden nog steeds verplichten om bepaald beleid uit te voeren.

Aan de CIV is een nieuw artikel toegevoegd (met nummer 6) dat volledig draait om het in goede banen leiden van interbestuurlijke samenwerking. Dit artikel, dat mede op basis van het rapport van Bernard ter Haar Als één overheid is opgesteld, gaat er vooral om dat (mede) overheden elkaar op tijd dienen te betrekken om zo de uitvoerbaarheid van beleid te vergroten.

Specifiek schrijft het artikel voor dat wordt nagegaan welke overheden en andere actoren betrokken dienen te worden, dat maatwerk voorop staat en er gekozen kan worden voor differentiatie in regie en uitvoering, en dat er in de voorbereiding van beleid wordt nagetrokken of het bestaande instrumentarium van de verantwoordelijke (mede)overheid toereikend is om het beleid goed uit te kunnen voeren. Daar hoort ook een toets van de soort en omvang van de financiële middelen bij.

De Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden (UDO)

In de CIV is ook opgenomen dat decentrale overheden een consultatietermijn van twee maanden hebben voor conceptwet- en regelgeving van het rijk. Een ander belangrijk nieuw onderdeel van de code is de Uitvoerbaarheidstoets decentrale overheden (UDO). De UDO is een gezamenlijk proces voor rijk en (koepels van) provincies, gemeenten en waterschappen, dat helpt om beleid vorm te geven dat uitvoerbaar is en zijn doelen bereikt.

Het gaat daarbij om vragen als: hoe kunnen gemeenten, provincies en waterschappen dit nieuwe beleid goed uitvoeren? Sluit de taak aan op hun bestaande takenpakket en hun deskundigheid? En krijgen ze er genoeg middelen voor van de rijksoverheid? Het doel van de UDO is om ervoor te zorgen dat elk ministerie deze stappen tijdig, zorgvuldig en samen met de betrokken medeoverheden doorloopt.

Binnen bestaande wetgeving

De CIV en de UDO zijn opgesteld binnen bestaande wetgeving – de wet is er dus niet voor aangepast. De CIV is vastgesteld door zowel de ministerraad als het IPO, de VNG en de UvW. De bepalingen in de code zijn juridisch niet bindend. Het zijn bestuurlijke afspraken. Het is van belang dat de deelnemende partijen elkaar aanspreken op naleving van de code – daaraan wordt aandacht besteed in overleggen over interbestuurlijke verhoudingen. De UDO is vastgesteld door de ministerraad, waardoor de uitvoerbaarheidstoets bindend is voor alle departementen.

Begin 2024, ongeveer een jaar na de invoering van de UDO, is er een evaluatiemoment ingepland om te bezien hoe de UDO in de praktijk werkt.

Meer lezen?

Op deze pagina is de hele CIV te lezen, en op deze pagina staat meer informatie over de actieagenda Sterk Bestuur.