Stap 1. Wat is het vraagstuk of de taak?

Belangrijk is om onderscheid te maken tussen de publieke taak of de functie van de organisatie en de publieke waarde. Het gaat niet om het reproduceren van de statuten en het afbakenen van de eigen omschreven taak, maar om wat het maatschappelijke vraagstuk vereist en welke waarden aan de orde zijn. Dus: wat kan mijn organisatie vanuit zijn taak op dit moment bijdragen aan de aanpak van dit maatschappelijke vraagstuk?

In een voorbeeld van een betere bereikbaarheid, een doelstelling uit het Meerjarig programma voor Infrastructuur, Ruimte en Transport (mirt) lijkt dat te gaan om het aanleggen van snelwegen, de verandering van knooppunten en meer capaciteit. Dat is in de denkwijze van het mirt vertaald in ‘voertuigverliesuren’. Tegelijkertijd kan bereikbaarheid ook gaan over het vermogen van mensen in de gemeenschap om te doen wat ze moeten of willen. Het hoeft dan niet te gaan om verloren uren in één bepaald voertuig. Ook een snelfietspad, een elektrische fiets of een lightrail-verbinding vergroten maatschappelijke waarde.

Nog een stap verder gaat het ook om het op een andere manier denken over ruimtelijke planning, bijvoorbeeld door wonen, werken en recreëren te combineren. Dan kan het ineens logisch zijn om binnenstedelijke ontwikkeling vanuit middelen voor bereikbaarheid te ondersteunen, of om vanuit geld dat oorspronkelijk was gereserveerd voor ‘asfalt’ nu te investeren in fietspaden. Ook asfalt, maar van een heel ander soort.

Ga naar 'Stap 2. Welke partijen zijn er nodig voor een effectieve aanpak?'